(on) gezonde (n) achterdocht

Je zou er spontaan achterdochtig van kunnen worden. Van al die volgers. En de aantallen die daarmee gemoeid zijn. Ik zou l moeite hebben wanneer dit slechts een persoon zou zijn. En verder hoef ik dan niet meer te denken, zou ik bijkans gaan denken. Anders wordt het wanneer er geen sprake is van een twitter dan wel een face-book. Laat staan een account. Ook ik heb zo’n ding gekregen, maar weet bij God niet wat ik daarmee aanmoet. Zoveel op een dag maak ik nu ook niet mee. En van politiek houd ik me verre, hoewel…
Neem nu, bijvoorbeeld gesystematiseerde paranoia. Een toestand die gekarakteriseerd wordt door systematische, langdurige waanvoorstellingen. In tegenstelling tot paranoide schizofrenie zijn geen andere kenmerken op te merken dan juist de paranoide waanvoorstellingen (en eventueel auditieve hallucinaties). De patienten hebben uiterlijk gezien een goed onderhouden facade en lijden niet onder de gespleten gedachtegang en soms groteske waanvoorstellingen die karakteristiek zijn voor de paranoide schizofrenie. Sociaal gezien kunnen zij evenwel afwijkend zijn – zich jarenlang barricaderen, onbeschaamde en aanklagende brieven naar verschillende personen schrijven en bekenden en gezinsleden terroriseren (die gewoonlijk bij hen vandaan verhuisd zijn).
Dit is een typische psychose die op middelbare leeftijd voorkomt, maar het kan ook inde ouderdom beginnen. Het zijn vaker vrouwen dan mannen die dergelijke psychosen krijgen.
Oppervlakkig gezien is de dynamiek van de paranoia niet moeilijk te begrijpen. Via het afweermechanisme projectie wordt uit de eigen persoonlijkheid een kwaad en bedreigend deel afgescheiden, dat vervolgens niet wordt ervaren als iets wat uit de betrokken zelf komt. Dat wat vroeger een eigen innerlijk kwaad was, is in de vorm van het paranoide systeem onschadelijk gemaakt – de paranoide persoon ervaart steeds de dwang bezig te zijn met het kwaad, dat nu intensief bestreden wordt. Men kan zeggen dat de paranoia een kostbare manier is om de eigenwaarde in stand te houden.
Het kan dan ook een pijnlijk proces zijn om uit de paranoide wereld te treden en de afgescheiden voorstellingen ’terug te nemen.’ Dit gaat niet zelden gepaard met angst en depressiviteit. Angst omdat het kwade ‘de achtervolger’, nu weer binnen is en meer direct het eigen ik kan bedreigen.
Depressiviteit omdat de patient zijn gezicht verloren heeft door zijn eigenaardige optreden. Vele paranoide patienten redden zich uit deze moeilijke situatie door, als het goed en wel voorbij is, niet te willen praten en denken over wat er gebeurd is tijdens de periode van ziek zijn. Op deze manier verwerken zij hun voorstellingen, die nog steeds gedeeltelijk afgesplitst kunnen zijn, niet.
Stelt John Cullberg in zijn handboek Moderne Psychiatrie, in een tweede herziene druk. Uit 1988.
Cullberg die toen werd beschouwd als een redelijk modernistisch psychiater. Hij verondersteld door zijn werk ook een psychodynamische benadering te hebben geformuleerd. Een inleiding in de psychiatrie, die de lezer geleidelijk aan en zonder al te veel voorkennis bekend maakt met de steeds complexer wordende psychiatrische probleemgebieden…
Mij bereiken berichten dat in de huidige verpleegkundige opleidingen psychiatrie wat ondergesneeuwd raakt. Geen wonder! Want wat blijft er van een vakinhoud over als geen psychiater juist dat vak dient over te brengen”! Geen moer! Geen ene sodemieter! En dat wordt toegestaan! Door onderwijs. En door de instellingen! Want juist die zullen met steeds minder meer moeten doen. En dat de achterdocht daardoor toeneemt… wederom een slang die in die uitdijende slangenkuil weet te overleven. Door simpelweg in de eigen staart te gaan bijten. Een manier om even te overleven, voor uiteindelijk het besef doordringt dat… ook dat leven eindig is!