Halfslaap
Ik bevind mij in een halfslaap. Weet niet op welk moment de grens passeert, waag me ook niet aan enige voorspelling. Ik worstel. Ik worstel met taal. Worstel niet veel later met een zin die een mogelijk zijn doet vermoeden. Een zijn afgewisseld door een ander zijn. Mogelijk een vervolg op het verhaal van gisteren; woorden die mij, op dat moment, ontschoten zijn. Het is een nogal eenvoudige zin: ‘Het maakt niet uit waar wat staat, maar waar dat staat.’ en dan kent de worsteling een vervolg. Simpelweg door de toevoeging van een volgend woord: voor. Hoe staan de zaken er dan voor. Heeft het nog wel betekenis in de zin dat wat en dat minder in- dan wel uitwisselbaar zullen zijn. Een raadsel gevangen in een sluier van die halfslaap. Dus draai ik me maar weer eens om. En denk dat ik daardoor de dingen laat. Achter me laat. Maar zo werkt dat halve bewustzijn niet. Ik kom tot een besluit: stap resoluut mijn bed uit. Het is half zeven. In de ochtend. De trap af naar beneden, een klaterende plas, de krant die nog niet op de deurmat ligt en het briefje zich nog maagdelijk manifesteert. Een pen. Een pogen om, in een enkele keer, die halfslaap woorden aan dat velletje papier toe te gaan vertrouwen. En dan slaat het bewustzijn toe. Gelijk een bewustzijn wel vaker toe kan slaan. De zin gaat mank. Maar in mijn halfslaap was deze volmaakt. Schijn en werkelijkheid. Dat en misschien wat. Of toch wat en mogelijk dat”
‘Het maakt niet uit waar wat voor staat, maar waar dat voor staat!’ Nog anders wordt het wanneer dat wordt ingeruild voor daar: ‘daar sta ik voor!’ Maar waar ik dan precies voor sta, blijft ook weer in nevelen gehuld. Ik probeer niet eens een tipje van de sluier op te lichten. Het heeft er dan ook alle schijn van dat ik rakelings langs een ravijn manoeuvreer. Ben ik nu klaarwakker of probeer ik me op te zadelen in een monoloog dewelke zich meer leent voor een dialoog” Zelfs die vraag laat ik aan mij voorbijgaan. Ik vind het dan ook heel verhelderend en bijzonder prettig dat ik met deze vraag wakker aan het worden ben. Niet veel later valt de krant met een plof op de deurmat en maak ik me op om verder te denken in de armen van Morpheus. Niet alleen om recht te doen aan die vooronderstelde zinsconstructie, maar meer in de veronderstelling dat ik nog lang niet uitgeslapen ben. Mij nog steeds in een halve winterslaap probeer te wentelen, hetgeen mij dan ook zeer geregeld lukt. Alsof ik jaren van tekort in deze huidige periode probeer in te halen. Het misschien meer weg heeft van een luiheid die genadeloos toeslaat. En daarbij de geest wat tracht te ondermijnen.
Verwacht van mij dit keer geen zonnige uitspraken! Verwacht van mij dit keer geheel niets! Verwacht van mij geen vrolijke verandering. Ga er voor het gemak maar van uit dat luiheid, naast de ledigheid alles te maken heeft met dat oorkussen. En als de duivel het niet te druk heeft met het slapen tussen al die gelovigen van verschillende kerken… prijs je gelukkig dat in de halfslaap zich meer mogelijkheden voordoen dan dat je klaarwakker voor ogen wordt gehouden! Enjoy! : – ))))!
Laatste 15 Reacties