Alkmaar, deel vier
De reden van alle commotie.
WIE WAS LUCEBERT…
Lubertus Jacobus van Swaanswijk werd op 15 september 1924 in Amsterdam geboren. Zijn pseudoniem Lucebert is zowel afkomstig van het Latijnse woord Luce hetgeen licht betekent als het Engelse woord Bright, wat voor helder staat. Helder licht als zodanig. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar was Lucebert vooral een toonaangevend dichter. Daarvan wordt reeds melding gemaakt in de open brief van de afgelopen twee dagen. Toch is zijn beeldend werk ook niet onbelangrijk. Zo exposeerde het Cobra Museum in Amstelveen de afgelopen zomer nog een expositie van zijn werk waarin zijn experimentele, de taal vernieuwende poezie en beeldende kunst samenkomen. Het beeldend werk van Lucebert ontstond net na de piektijd van de groep Cobra (Copenhagen, Brussel, Amsterdam) met schilders als Karel Appel, Constant Nieuwenhuys en Corneille welke na de Tweede Wereldoorlog de beeldende kunst een nieuw aanzien gaf. Hun werk heeft een hoge marktwaarde, maar Lucebert blijft daar wat bij achter. De reden daarvan is dat zijn werk relatief weinig ontwikkeling laat zien en vooral omdat er heel veel van is. Het heeft niettemin de constante grote kracht van de naoorlogse spontaniteit en het maatschappelijk engagement. Het werk heeft dan ook grimmige, cartooneske kenmerken.
Kenmerkend voor de kwaliteit is dan ook dat veel toonaangevende musea werk van hem bezitten, waaronder het Stedelijk Museum in Amsterdam, dat er achthonderd heeft en de Kunsthalle in Bremen dat al zijn grafisch werk kan tonen. Het Stedelijk is ook de plek waar een incident hem nationaal bekend maakt. Dat wil zeggen als dichter. Hij heet dan de Keizer der Vijftigers, leider van een groep experimentele dichters. Als hij daar in maart 1954 de poezieprijs van Amsterdam in ontvangst komt nemen, arriveert hij gekleed als keizer met een gevolg van hellebaardiers, onder wie Remco Campert. Omdat de politie hen tegenhoudt, ontstaat een rel.
Lucebert woont dan al met zijn vrouw Tony Koek in Bergen. Vanaf 1965 werkt hij ook in het Spaanse Javae. Hij overlijdt op 10 mei 1994 in een Alkmaars Ziekenhuis. Zijn nalatenschap bestaat onder meer uit zijn wens, dat er ooit een soort laboratorium ontstaat waar kunstenaars uit vele disciplines nieuwe kunst doen ontstaan. Geen museum dus, maar een centrum voor de toekomst.
Schrijft Hans Visser, vergezeld van een archieffoto van Lucebert van de hand van Berend Ulrich. Ook verschijnt in de Alkmaarsche Courant een tweede pagina, geheel gevuld met informatie omtrent Yxie. Ook in dit artikel wordt verwezen naar de rol die Joost Zwagerman in de afgelopen jaren heeft gespeeld. Want Joost heeft schrifturen van Lucebert reeds in een vroegtijdig stadium gelezen. Onder andere dat de gedachten van Lucebert niet uitgingen naar een museum, maar wel in een ´dynamisch centrum´waarin verbanden werden gelegd met andere kunstdisciplines…
De cultuurwethouder van Alkmaar, Anjo van de Ven, wil niet inhoudelijk reageren op de open brief aan het college. Van de Ven wil helemaal niets zeggen over de kwestie Yxie/Lucebert. Nog beter uitgedrukt NIET MEER…
Hetgeen mij brengt naar de dag van morgen. Zal van de Ven zich aan deze woorden houden” Of is het mogelijk dat een collega/wethouder zijn onverbloemde mening zal gaan herhalen” Want Peter de Baat (die van de poen) laat letterlijk de volgende woorden na: ´Een wanstaltige vertoning van Zagerman; zeer ongepast ter gelegenheid van de heropening van het Alkmaars Museum. Sprekend op uitnodiging van het gemeentebestuur, nota bene in aanwezigheid van de Spaanse ambassadeur, hunkerde Zwagerman zichtbaar om zich op de verkeerde tijd en de verkeerde plaats te ontpoppen als een elitair maar blind paard van Troje. Schrale troost, als ik het wel heb is hij noch belastingbetaler noch kiesgerechtigd inwoner in Alkmaar. Peter de Baat, de man die diverse vogeltjes over het vinkentouw liet wippen en de baatbelasting…
Laatste 15 Reacties