Een schouderklop misschien"!
Hij lacht. Zomaar. Althans, daar heeft het alle schijn van. Of hij grimasseert. Zijn het onwillekeurige bewegingen van zijn gezichtsspieren” Waarschijnlijk te danken aan de medicijnen die hij gebruikt. Tremoren. Of iets anders dat niet vermeld staat in de folder omtrent mogelijke bijwerkingen. En dat geeft mij een enigszins onbehaaglijk gevoel, alsof hij mijn woorden niet serieus neemt, een gevoel dat mij wel vaker bekruipt. Of zou hij mijn woorden niet begrijpen, zijn de zinnen die ik uitspreek voor hem onbegrijpelijk. Terwijl ik zo mijn best doe om dat wat ik bedenk aan hem duidelijk te maken. Het geeft mij soms het idee dat ik Russisch tegen hem spreek. Terwijl ik die taal absoluut niet beheers. Of is het zijn verhaal dat hij eerder naar voren bracht voor mij een beetje neigt naar wartaal” Is zijn universum een ander dan de mijne” Leeft hij wel op dezelfde planeet als waar ik mij op bevind” En als dat zo is, hoe kan ik mij dan in hemelsnaam in zijn wereld gaan verplaatsen” Neen, ik weet niet zo goed wat ik met hem aanmoet. Ik kan nu wel bedachtzaam gaan knikken, mijn vragen naar voren brengen maar ook dat heeft alle schijn van het feit dat hij zich, ook door mij, niet serieus genomen wordt. En dat wil ik hem dit keer absoluut niet aandoen. Want hij moet al zo eenzaam zijn, hij moet geregeld het gevoel hebben om een roepende in een eindeloze woestijn te zijn. Een woestijn waar zelfs de elementen het af laten weten. Alsof mogelijke fata morgana’s zelfs niet voor hem zijn weggelegd. En bronnen er alles aan doen om uit zijn blikveld te verdwijnen. De bronnen van genegenheid die hem worden onthouden. Maar de bron die constant voor schuldgevoelens zorgt m manifesteert zich als een hoorn des overvloeds. Dit keer in de meest negatieve vorm die er te bedenken valt. En de treurnis verlamt hem. Neen, het heeft geen zin om positief op hem in te praten. Zijn kommer en kwel valt van zijn gezicht af te lezen, waardoor zijn lach mij in vertwijfeling brengt. Ik voel me niet alleen machteloos maar ben ook machteloos. Sta constant met lege handen, terwijl ik juist zoveel positiefs zou willen geven. Want daar heb ik een overvloed aan. En dat wil ik dolgraag delen. Met hem, om hem voor even te ontlasten van de druk die op zijn schouders ligt, het juk waaronder hij gebogen gaat. Ja het klopt, hij is voor niemand iemand meer. En wanneer ik me dit realiseer is er weinig meer dat ik kan geven. Een schouderklop misschien” Maar ook dan zal hij nog dieper buigen…
Laatste 15 Reacties