Eindelijk erkenning
“Het is traumatisch voor de patient. Beter is om tijdens cognitieve gedragstherapie ye bespreken of er echt niets weggegooid kan worden en waarom niet. Daarnaast is het goed om samen met de patient met het opruimen te beginnen. iedere week twee uurtjes, waarbij de patient het tempo bepaalt en besluit wat er weg mag.”
Routinematig zonder rancuneus te worden. Ik geef het je te doen. Iedere keer opnieuw die herhaling van zetten. Iedere keer opnieuw het zoeken naar die ene verandering, dat kleine puntje wat even om aandacht weet te vragen. Iedere keer opnieuw dat vage zoeken naar een ander uitgangspunt zonder de volstrekt eigen visie geweld aan te doen. Ook dat geef ik je te doen!
Want ik ben eruit. Ik weet aan welk beeld ik lijd. Hoarding. En zeg niet dat je er nog nooit van gehoord hebt, want dit beeld werd reeds in 1947 beschreven. En ik waag het er niet op om uit die tijd elementen te gaan citeren! Ik zou dan beticht kunnen worden van auteursrechterlijke malversaties. En dat is wel het laatste wat ik van plan ben te gaan doen. Stel je voor!
Toch ontkom ik er niet aan om zo het een en ander uit de kant te gaan vermelden. Doe dit onder de noemer Gesprek van de Dag (Alkmaarsche Courant d.d. 23-08-’11) met ook de vermelding van de desbetreffende naam van de journalist. Floor Ligtvoet. Want het volgende intrigeert! Lees maar!
Onlangs werd Xenephora opgericht. Deze stichting zal zich gaan richten op mensen die aan de onderstaande symptomen lijden: moeilijk afstand kunnen doen van spullen en ze weggooien; een hoop troep op het werk (niet meer van toepassing!); thuis, in de auto of in opslagplaatsen waardoor het lastig wordt om meubels te gebruiken. Geld of rekeningen verliezen in de zooi. Het gevoel krijgen dat alle verzamelde spullen het huis hebben overgenomen. Het niet kunnen weigeren van gratis spullen, zoals reclamefolders of suikerzakjes in restaurants. Aanschaffen van koopjes. Het niet meer thuis uitnodigen van familie of vrienden vanwege schaamte en werklui weigeren binnen te laten als ze iets in het huis willen maken.
Ik geef het je te doen! Ik geef het mij te doen. De zolder. Mijn zolder. En alles wat zich daarboven schuilhoudt. Alles wat in en in en om die doosjes valt te zien. Te vinden. Te doorstruinen. De vraag niet zozeer gaat omtrent het begin maar zich meer richt op het einde van dat alles. Nog anders gezegd: eigenlijk is er geen beginnen aan. Het mooie is echter dat het zich, in zekere mate, beperkt tot die zolder. Gelijktijdig valt niet te ontkennen dat het kleine kamertje nog een relatief overzichtelijke herhaling is van die eerder genoemde zolder. En kan ik oprecht stellen dat het niet zozeer troep is, wat zich daar zoal bevindt. Althans niet in mijn ogen. En juist dat geeft dan weer een deel van het probleem weer. Want het benauwt in zekere zin. Het wordt gelijktijdig ook steeds stoffiger. Het is dan ook al jaren geleden dat daar voor het laatst een stofdoek aan te pas is gekomen. Het is nog niet zo erg dat er sprake is van ‘een weg te moeten banen tussen de stapels papier, plastic bakjes of tientallen katten’, maar het scheelt niet veel.
In de nieuwe psychiatrische bijbel, die in de maak is, komt er meer erkenning voor deze ziekelijke verzamelwoede. En waar de een dit verzamelen kwalificeert als ‘ogenschijnlijk waardeloze spullen’, maakt ieder verzameld object deel uit van het geheel. Kan daardoor niet veel anders doen dan de plek te blijven bezetten die dit ooit heeft ingenomen. Want een wijziging kan en zal afbreuk doen aan dit grotere geheel. Linda Vriend, verpleegkundig specialist in de geestelijk gezondheidszorg, vindt het zeer terecht dat hoarding als stoornis wordt gekenmerkt: “hersenonderzoek laat ook zien dat mensen die hieraan lijden echt geen onderscheid kunnen maken tussen wat belangrijk is en wat niet.” Het is dus ook geen ziekte die makkelijk geneest: “er is nog geen geschikt medicijn tegen. Je kunt mensen hooguit helpen er beter mee om te gaan.”
In Apeldoorn, waar Linda Vriend voor de gemeente werkt, is ze in twee jaar tijd al zo’n 25 inwoners met een ziekelijke verzamelwoede tegengekomen. “Best veel, dus.” Vaak willen de hoarders aanvankelijk niet geholpen worden. Vriend zegt dat ze soms drie maanden lang vanaf het tuinhekje contact met de bewoner probeert te leggen. “Of ik sta een half uur lang door een gaatje van de brievenbus te praten. Meestal zijn de vitrages dicht en willen ze je niet binnenlaten. Soms puur uit schaamte.”
Zover ben ik nog niet. Waarschijnlijk is het de hand van mijn partner die mij nog voor het ergste heeft weten te behoeden. De andere kant is wel dat ik nog enig inzicht in mijn eigen zijn hieromtrent vertoon. Maar of dat op termijn toereikend zal zijn…
Laatste 15 Reacties