Even terug naar gisteren
Voetangels en klemmen. Niet dat ik verwacht daarmee de voorpagina te halen, maar toch…. Niet geschoten blijft altijd mis. En als ik ergens de pest over in heb, is het wanneer ik nalaat te schieten. Neem nu gisteren. Toen waren het vooral de voetangels die klemden. Het voelde alsof ik wel bewoog, maar niet vooruit kwam. Een beetje alsof ik stilstaand voorbijging. Stijf onder de dope zat. Met mijn rug tegen de muur stond. Ergens een peloton werd opgesteld. Het geweer dat wordt geschouderd. Ik niet veel meer hoefde te doen dan gelaten afgemarcheerd. Er zelfs geen sprake was van een begroeting. Laat staan van een oprecht afscheid nemen. Mijn voeten klemden. En ik zag er geen heil meer in. Probeerde nog wel te kijken of ik bereik had. Maar zelfs die symbolen lieten het dit keer afweten. Hoeveel masten ik ook zag, het klemde en bleef beklemmen. Op de vraag: ‘hoe gaat het nu met U”!’, moest ik dit keer het antwoord schuldig blijven. Verbaasd reageerde ik. ´Ben ik nu ook al een U, U zult zich wel vergissen!´ Daarna was het tasten. Tasten in het duister. Ik zag er geen gat maar in. En wachtte simpelweg af. Tot nu!
Straks! Straks gaat het weer een stuk beter. Dan komen mijn vader en moeder weer langs. En nemen zij gebakken bokking mee. Gewikkeld in een ouwe krant. Dat wordt smullen! Van dat smikkelen heb ik mijn buik meer dan vol. Iedere keer weer datzelfde liedje. Iedere keer weer diezelfde vraag. Dat het hun de strot niet uitkomt! Nou, de mijne allang. Daar houden ze geen rekening mee! Ze houden nergens rekening mee! Ze hebben geen begrip! Straks moet ik naar de zaak! Maar er is niemand die mij daarop attendeert! Alsof ik nog niet genoeg aan mijn kop heb! Bellen! Zelfs die stomme telefoon is aan de loop. De draaischijf verdwenen! Er zitten knopjes op. Maar die symbolen kan ik niet lezen. Verdomme, nou is mijn bril ook nog weg! Misschien we achter die telefoon aan! Wie kan ik nu om opheldering vragen. Straks, straks komen pa en ma. Hoop dat zij een gebakken bokking hebben meegebracht. Een harinkie mag ook. Als ze maar niet van die verdomde uien meenemen. Hooguit wat zuur. Zo´n ouderwetse zure bom. Wat zal de pot straks schaften…
Moet pissen. Moet ik ook weer zelf doen. Zoals ik altijd alles zelf moet doen. Mijn verschoning klaarleggen: een keer in de week een schone onderbroek. Da´s mooi genoeg. Zo´n ouderwetse witte. Met een gulp. Ik moet er niet aan denken over de rand heen te moeten pissen. Kan ik hem weer richten: op die vlieg in de plee. Wat is dat: een zuster! Wat doet die hier in hemelsnaam. Oh, ze spreekt me aan: ´hier zijn Uw medicijnen!´ ´Neemt U ze direct in, dan vergeet U ze straks niet!´
Medicijnen heb ik niet nodig! Ik ben wat stram, maar dat komt omdat ik wat minder sport. Maar ik heb nog steeds een lichaam als een Adonis! Moet straks nog even voor de spiegel staan. Mijn haar verwennen met Brylcreem. Kan ik ook nog even bij de barbier langs. Gepikt en geschoren het weekend in. Verdomme! Een pikketanussie gaat er altijd in. Doe mij maar een jonkie! Waar is mijn jas nou weer gebleven. Je kan hier ook niets even laten liggen. Kijk nou: een Afghaan! Bruin suède met langharig bont. Wat moet ik aan mijn voeten trekken. Simpel, mijn bordeelsluipers natuurlijk!
Clarks. Suède met een zachte zool. Moet je mij nou zien! Heeft die verdomde kapper weer die bloempot op mijn kop gezet. Ik lijk boer Koekoek wel. Zit die Uyl nog steeds in de olmen. Zit´íe zeker lang alleen! Je kunt nu eenmaal niet alles hebben!
Mijn borstrok! Ja, natuurlijk met lange mouwen. En daar dan mijn jaeger onderbroek bij. Ja, natuurlijk ook mijn lange. Je denkt zeker dat ik niet door heb dat het herfst is! Nou, mooi wel! Ik mag dan wel een beetje ouder lijken, van binnen klopt nog steeds het hart van een jongeling! Dat zou ik maar niet vergeten, als ik jou was. Heb je al iets van mijn pa en ma vernomen. Nog niet. Dat duurt dit keer wel erg lang. En die klok schijnt ook alleen maar haast te maken. Kan de cijfers bijna niet meer zien. Waar kan ik nou verdomme mijn bril gelaten hebben. Straks raak ik de tijd nog kwijt! Kan ik al naar bed. Kan min ogen bijna niet meer openhouden. Iedere keer als ik die medicijnen slik word ik zo duf als een ouwe aap. Oud van jaren, jong van geest! ´Och was ik maar, bij moeder thuis gebleven…
De zuster treft een slapende bewoner aan. De man hangt wat in het laken waarmee hij aan de stoel is vastgebonden. Ook nu heeft hij zich weer bevuild. Met een tweede zorgverlener wordt hij overeind geholpen. Niet veel later naar bed gebracht. Er is geen tijd om meneer van onderen te wassen: een schone luier en de zegen voor de nacht! Tenslotte is meneer de jongste niet: met zijn 94 jaren behoort hij tot de oudste categorie. Zijn elektronisch dossier liegt er niet om: straks komt hij ook nog in aanmerking voor een elektronische enkelband. Aan de afdeling zal het niet liggen…
Laatste 15 Reacties