Freek & Leo

Freek de Jonge is een lul. Hij flikflooit met gek zijn. Hij kiest ervoor idioot te spelen. Hij kan kiezen. De idioot, de gek kan niet kiezen. En dan is het echt niet fijn,om idioot te zijn.
Het is erger dan afschuwelijk om je te realiseren, dat je gek bent. Het is beter om je Napoleon te wanen en niet te begrijpen, waarom de wereld om je heen zo gek is. Daarom is het beter om dood te willen, wat gek is, als je gezond bent. Daarom is het beter niet meer te praten, niet meer te kijken en vooral niet meer te voelen. Gekte is de onmacht om anders te zijn dan je bent.
Een werkstuk sociologie van de hand van Leo Derks, januari1990. En ik ben van plan om daar bepaalde delen uit te gaan citeren. Vooral door de prikkelende titel: ‘Het is fijn om idioot te zijn.’ Van, bijna vanzelfsprekend, de hand van Freek de Jonge in: De idioot.
Leo schreef dit ooit in opdracht en diende hiervoor punten te behalen. In het kader van zijn opleiding tot B-verpleegkundige. Psychiatrisch verpleegkundige. Toen voor een deel nog in het teken van de oude krankzinnigenverpleging. Krank zinnig. Ziek van zinnen. Kom daar heden tendage nog eens om. Men zal je hooguit wat bevreemd aankijken. Juist daar gaat zijn werkstuk over. Wens je, op voorhand, leesgenot! En zo af en toe een overdenking…
Gekte is afwijkend gedrag. Daar is de socioloog dol op. Door dat afwijkende gedrag kan hij bepalen wat normaal is. En scherp het onderscheid vaststellen tussen gek en normaal. Daar gaat dit werkstuk over. Een beetje tenminste. Of over de “normale” badmeester, die in het gekkenhuis terecht kwam. Aan de veilige kant van de streep. Met sleutel dus. Het gaat vooral over mezelf, denk ik.
En het is geschreven naar die aardrijkskunde – of godsdienst – leraar op een Mavo in Amsterdam-Noord. Die bij ons op grote, lelijke cowboylaarzen wat onverschillig loopt te zijn. Ik denk niet, dat hij het snapt. Net zo min als ikzelf.
De man, die in 1920 vreemd ging doen. Hoe vreemd doet er niet toe. Maar ongepast in zijn omgeving. Hij was net twintig en kwam op Duin & Bosch. Hij heeft het niet gehaald. Zeventig jaar op Duin en Bosch. Vorige maand is zijn lichaam gestorven. Zeventig jaar in het gekkenhuis. Dan maak je veel mee. Vooral als je schizofreen bent. Want doktoren kennen de oorzaak niet en weten geen remedie. Schizofreen zijn is erg. Dus doktoren proberen van alles. Badtherapie, insulinekuur, shocktherapie en pillen. Haldol werkt. Je geneest niet, maar je kunt je aangepaster gedragen.
Er is bij hem geen hersenstreng (lobectomie) doorgeknipt om hem aan te passen. Misschien was hij al genoeg gehospitaliseerd. Dat werkt op den duur hetzelfde, alleen trager, soms.
Toen ik de man leerde kennen, praatte hij niet meer. Soms een rukje met het hoofd, als hij het gemalen eten (Meulengracht dieet) niet wilde, dat ik naar binnen wurmde. Hij sprak niet, hij was niet aanspreekbaar. Maar er is geen geen communicatie. Hij at niet, dronk niet, sprak niet en bewoog niet. Alleen, voordat ik hem op het toilet zette, spoelde hij de w.c. Door. Dat vergat hij nooit. Een eigenzinnig trekje, de w.c. was schoon. Ik heb het hem toch maar niet afgeleerd. Hoewel het zonde van het water was.
Dit werkstuk gaat over macht en onmacht, straf en gegeven, over groepen en sociale categorieen, over rollen, rol-identiteit en communicatie. Over hoe fijn het is om idioot te zijn, hoe gruwelijk om als patient te moeten leven. Over dit alles is veel beter geschreven. Lees bijvoorbeeld Keefman van Jan Arends.
Leo eindigt zijn inleiding met een strofe van de hand van Vasalis. Dat roept weer de associatie op met haar gedicht: ‘De idioot in het bad.’ Badmeester was Leo voor die tijd. Het zou zomaar kunnen dat…

Ik droomde, dat ik langzaam leefde

langzamer dan de oudste steen

en alles om mij heen schokte en beefde…

deel I