geluk


iGer.nl
Het zijn juist scherven die garant staan voor geluk. Zonder geluk vaart niemand wel. ‘Wat een geluk dat ik een stukkie van de wereld ben. Dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merels ken. En dat ik mee mag doen met al wat leeft. En mee mag ademen met al wat adem heeft.
Ik ben zo blij dat er in mei altijd narcissen zijn. En dat er vruchten, vlinders, veulens, vogels, vissen zijn. En al die blijdschap komt enkel door jou, omdat ik vreselijk ongeneeslijk van je hou.’
Schreef Rudi Carrell in een grijs verleden. En jubelde daarmee de dag en de dagen die voor hem nog in het verschiet lagen. Rudi Carrell die met zijn vader André ooit op het Scharloo in Alkmaar zijn debuut maakte. André Kesselaar die vaak in café Royal kwam. Waar “Drink louter “Kabouter” ooit de wijkende gevel met deze tekst voorbijgangers op het café attendeerde. André die zijn zoon wel eens meenam. En soms zong hij ook. “Ach, het is leuk om te denken dat zijn carrière in Royal is begonnen.”
 


iGer.nl
Ook vandaag is het weer mijn dag. Laat de zon schijnen en ik kom tot niet veel meer dan een fikse wandeling, een luie stoel en een boek dat mij even van de wereld problematiek verlost. Of waarvan ik denk dat het mij even verlost, en dit ook weer niet doet. Ik lees een boek van Frederick Forsyth.
Getiteld ‘De Afghaan.’ Het verhaal zit meesterlijk in elkaar. En wat Forsyth tot in zijn vingertoppen beheerst is, de research die hij voor dit boek heeft ondernomen. Alles wat maar enigszins naar een verantwoording riekt, heeft hij in zijn boek geschreven. Zonder dat dit afbreuk doet aan het verhaal.
Dat is een kracht. De kracht van een kundig schrijver. De kracht ook die mij iedere keer versteld doet staan van de mens die in staat is met woorden een verantwoord verhaal neer te pennen. En mij gelijkertijd ook enigszins jaloers maakt. Niet zo erg dat het mij in deze belemmert, maar meer omtrent het vermogen om over zoveel woorden te beschikken wat recht doet aan dat verhaal. Zoals ik ook iedere keer onder de indruk raak van mensen die in staat zijn de meest wonderlijke sprookjes te vertellen. Waar waarheid en leugen op het scherpst van de snede met elkaar aan het stoeien gaan. Waar feiten en fictie in elkaar verstrengeld raken. Waar de krachten van geesten en zaken als het lot in grote harmonie samen een weg uit de jungle van zinnen weten te banen. Waar de lezer door wordt meegeslurpt. Voor zover er van slurpen gesproken kan worden. Want geloof mij of niet, ook nu weer weet dat masjien mijn woorden van een rood golfje te voorzien.
 


iGer.nl
Liep naar de vlotbrug. Kwam terecht bij Sluistuinen. Ook alweer een eeuwigheid geleden dat ik Charles mocht zien. En hij mijn zijn nieuwe aanwinst toonde. Kassen. Ruim, simpel en de mogelijkheid om daar workshops dan wel vergaderingen te laten plaatsvinden. Zijn Hof wat steeds meer naar het Heden lonkt. Een man met een zekere bezieling. Een man met een nog veel zekerder overtuiging. En mij de vrije hand biedt. En ik daar dankbaar gebruik van maak. Lekker over zijn terrein kan gaan banjeren. De rammetjes die verdwenen zijn. Na twee jaar elkaar letterlijk de hersenen in beukten. De natuur die ook hier een rol speelt. En het gras dat op andere tijden ligt te wachten. Die er ongetwijfeld zullen komen. Want ook zo werkt dat op Sluistuinen. Met de hand gemaakte kunstpotten. In alle kleuren te bestellen. In alle maten ook te verkrijgen. Of die abstracten. Wat dan niet meer blijkt te zijn dan roosters die ook in een entree kunnen komen liggen. In grijs. Of huizen. Maar dan van de hand van Petra Talsma. Residerend in diezelfde Hof van Heden. Kunst te koop. Ideeën rijkdom te huur. Impressies ter beschikking. Of gewoon er even uitstappen. De dingen laten voor wat ze zijn. Dingen.


iGer.nl 
Of verwijlen in de tijd dat de bomen nog tot in de hemel groeiden. De inflatie dat absurde hoogte steeg. En de overheid niet veel beters wist te doen dan de inflatie te corrigeren. Korriegeren zoals Joop dat ooit uitsprak. Van voor de tijd van Bestek ’81. Toen de man met dat zuinige mondje en die oneffenheid bij zijn mond het voor het zeggen kreeg. Dries. De gewone man de mogelijkheden van een eigen woning werden geboden. In eerste instantie door een subsidie gekoppeld aan het huis. Niet veel later door het onderscheid van een premie A dan wel een premie B woning, gekoppeld aan het inkomen. En naderhand het verdwijnen van deze regelingen. De relatieve rijkdom van de huidige ‘babyboomers’ waar ik mezelf onder schaar. De wetenschap dat waar wij ooit zullen eindigen er geen sprake meer zal zijn van rijkdom dan wel armoede. We eindelijk de kans krijgen om alle geluk van de wereld in ogenschouw te nemen, zonder daar iets voor te hoeven doen.
 


iGer.nl
Bijna niet voor te stellen tenzij we verdwijnen in het niets. Juist dan zullen deze woorden, op dit moment, misschien een plekje kunnen krijgen…