gisteren in vandaag Leo III

Het was gisteren internationale vrouwendag. Maar gisteren kon ik daar geen melding van maken. Vandaar dat ik het vandaag probeer. Niet door, alsnog, je aandacht te vestigen op deze internationale vrouwendag. Tenslotte is daar al aandacht op gevestigd. Was het alleen maar door de hoge hakken race die, voor een vierde keer, afgelopen zondag in Alkmaar werd gevierd. Dit keer dooreen ‘commando-diva’ op hoge hakken ternauwernood werd gewonnen. En de hoge hakken van Monique Penders die de krant mochten halen…
Ik had voor gisteren een korte bijdrage in gedachten. Blijf mijn verhaal van Leo vervolgen en ware het niet dat gisteren is uitgevallen, haal ik dat vandaag dubbel in. Wel nu:
mijn oom wordt door een zuster weggeleid:
politiemannen blijven bang voor hem,
maar zij weet hem te boeien met haar stem,
haar arm een glimlach, zij is heit en mem
die van elkaar vervreemd sinds kort verspreid
begraven zijn: belaagd kent hij geen rem:
de merel zingt te vroeg, hoe geurt de brem,
mijn oom wordt door een zuster weggeleid;
hij is een offerdier voor God die eist
dat zonde wordt gestraft in deze tijd,
de eeuwigheid is ver, konijn zit klem,
de stroper loerde al voor de kerst op hem:
mijn oom wordt door een zuster weggeleid
uit: “Rondelen”, Lenze L. Bouwers.


Leo vervolgt als volgt: Abe en ik.
Toen hij gestorven was
en begraven op “Onderlangs”*
P.Q. Van Dalen, de doodgraver bij de deur
-Hier tekenen, s.v.p. –
zei zijn neef dit gedicht
en nog een, maar dit lijkt mij voldoende.
Mijn eerste begrafenis van een patient,
de patiente, die eerder overleden was,
werd begraven zonder dat een levend mens het wist,
alleen P.Q. Van Dalen,
de doodgraver.
Ik houd niet van begrafenissen
toen bij ons in het dorp een kind
van zeven
viel voor het achterwiel van de SRV-kar
een kind, dat bij mij op zwemles gelachen had
en mij vertrouwde
dat bijna klaar was voor haar B,
ben ik weggebleven
het dorp uit gevlucht
om niet te horen hoe stil het was
tussen de slagen van de klok door.
Soms moet je wel:
Ik houd niet van begrafenissen
ik weet niet hoe het moet
ik kan niets en ben mezelf niet geweest
en wilde veranderen in een pilaar of zerk
in de kerk en op het kerkhof van De Weere
toen Wil, mijn vriend, vind ik,
door een kleine fout dood was
niet op gefietst met mij, maar met een auto
meegereden
naar een vergadering,
die niets voorstelde.
Ik kan me iets voorstellen. Iets voorstellen bij het bovenstaande. Kan me zelfs voorstellen, dat ook anderen zich iets voor kunnen stellen. Van P.Q. Van Dalen was de naam. Begrafenisondernemer. Kraai. De plek waar hij regelmatig vertoefde.’Onderlangs’, welke plek nog steeds in gebruik is. In de directe omgeving van restanten ‘Drakentanden’. Een overblijfsel van de Duitsers. Een deel van de voormalige ‘Atlantikwall’. Zichtbaar. Zoals deze woorden nu ook zichtbaar zijn gemaakt. En nog een vervolg zullen kennen. Opdat het geheel niet verloren gaat. Zoals zoveel gehelen al verloren zijn gegaan.
Als waren het ‘bits & pieces…’

Laatste 15 Reacties