Hop, op na de vrijdag…
Vrijdag, 09-08-2013.
Hercules.
De laatste zwerver.
Ze stonden bedremmeld rond zijn graf. Hij was de laatste zwerver en de voortekenen waren ronduit onheilspellend. Na hem zouden er geen zwervers meer zijn en dus zou er ook geen behoefte meer bestaan aan hulpverlening. De zorgsector zou bij gebrek aan clienten ophouden te bestaan, terwijl toch ettelijke duizenden monden van zorgverleners moesten worden gevuld.
In de Kamer waren de minister al vragen gesteld door mevrouw Greet Ratelstaart uit Schiemuiden. Zij had de minister erop gewezen dat de zorgsector in de allergrootste problemen zou komen indien er niet tijdig gezorgd werd voor nieuwe dak- en thuislozen. Zij had zelfs over de invoer van zwervers uit vreemde landen gesproken, maar dat ging de geachte afgevaardigden toch te ver. Dat zou de economie weer verstoren en die draaide juist zo soepel. Nee, geen vreemde zwervers, ook niet nu de allerlaatste eigen zwerver door de dood uit ons midden was gerukt.
Ja, ze stonden hoogst ontdaan aan de open groeve. Eigenlijk waren ze ook een beetje boos op die laatste zwerver. Ze hadden hem nog wel zo vertroeteld. Hem keurig in een driedelig maatkostuum van de allerfijnste Engelse stof gestoken en hem een geduchte auto geschonken alsmede een fraaie dasspeld, met diamanten bezet. Lakschoenen met wollen inlegzooltjes en satijnen ondergoed. Twee dure brillen met ivoren knop.
Het was professor Peultjes van de VTZ, de Vereniging Tegen Zedenverval, die aller gevoelens samenvatte toen hij sprak van een zorgwekkende situatie. Hoe moest men nu een uitweg zoeken voor al die samengebalde hulpenergie” En wat, voer Peultjes voort, wat moet dat nu met ons” Hoe moesten we ons aanpassen aan de status van werkloze”
Onder het spreken werd professor Peultjes bozer en bozer. Hij verweet het lijk in de kist hen overbodig te hebben gemaakt door het hiernamaals te verkiezen boven hen die het zo goed met hem voor hadden. Een typisch voorbeeld van stank voor dank, en dat nog letterlijk ook,omdat de ontslapene door al het gedelibereer veel te lang boven de grond had gestaan.
Ook de begeleidende predikant, dominee Fijns, was allerminst te spreken. Hij had waarachtig bijna gevloekt toen hij had vernomen dat de allerlaatste zwerver was overleden. Hij zou eens een hartig woordje spreken met de Here God, dat stond vast als de rots van Petrus. Hoe kon hij nu in ’s hemelsnaam nog een collecte houden voor de armen” Had de Here daar nu echt niet aan gedacht toen Hij die laatste zwerver tot zich nam” “Niemand meer aan wie wij aalmoezen kunnen geven,” sprak Fijns, “niemand meer die onze kinderen als slecht voorbeeld kan dienen! Niemand meer om na te wijzen! Mijn God, waar moet dit naar toe””
Kijk, als het God is die dit alles bekokstoofd, zou ik hem ook eens op een lange vakantie willen sturen…

Laatste 15 Reacties