kinst

20090903-1251997872N0109demare42

‘Zijne Hoogeerwaarde, “Kracht des Geloofs”, abt van de tempel der Grenzeloze Genade,’ zo begon de oudste monnik op zingende toon, ‘heeft ons, onwetende monniken, gelast om Uwe Excellentie zijn eerbiedige groeten over te brengen. Zijne Hoogeerwaarde beseft ten volle hoe zwaar, vooral in deze eerste dagen, de eisen zijn door offici”le verplichtingen aan Uwe Excellentie gesteld. Vandaar dat hij voor een langer bezoek niet zelf heeft durven komen. Zijne Hoogeerwaarde zal het echter als een voorrecht beschouwen te gelegener tijd voor Uwe Excellentie te verschijnen om de gunst van uw wijze leiding deelachtig te worden. Teneinde niet de gedachte te doen opkomen, dat Zijne Hoogeerwaarde tekort zou schieten in eerbied voor zijn overheid, verzoekt hij, u reeds thans een klein geschenk te mogen aanbieden, in de hoop dat Uwe Excellentie de betekenis daarvan zal willen beoordelen, niet naar de geringe waarde die het vertegenwoordigt, maar w”l naar de eerbiedige gevoelens, waarmee het in onderdanigheid wordt aangeboden.’

Rechter Tie verrees uit zijn stoel, boog en sprak ernstig: ‘Ik verzoek u, Zijne Hoogeerwaarde mee te delen
dat ik in de hoogste mate gevoelig ben voor zijn oplettendheid, en hem mijn dank over te brengen voor zijn
vriendelijk gebaar, dat ik te gelegener tijd hoop te beantwoorden. Zijne Hoogeerwaarde kan er zich van
verzekerd houden, dat hoewel ik zelf geen volgeling ben van de Here Boeddha, ik toch in hoge mate belang
stel in Zijn leer en met verlangen uitzie naar de mij geboden gelegenheid verder te worden ingewijd in Zijn
diepzinnige leerstellingen, door een zo groot en bevoegd kenner als Zijne Hoogeerwaarde, “Kracht des Geloofs”.

Overhandigd wordt een klein, in kostbaar brokaat gewikkeld pakje waarin zich drie glinsterende staven massief
goud en een gelijk aantal van zwaar zilver bevinden. Het was de eerste keer dat rechter Tie, in aanwezigheid
van wachtmeester Hoeng, iets aannam dat kennelijk een steekpenning was.

Uit: Klokken van Kao-yang, Een rechter Tie-mysterie, R. van Gulik, blz: 89-90.

20090903-1251997521N0309kzdg47

Het heeft iets weg van de rituelen die deel uitmaken van de diplomatieke betrekkingen zoals die heden ten dage
nog steeds plaatsvinden. Zo vindt de aanstelling van een ambassadeur plaats door een uitwisseling van een
‘agr”ment’ (akkoordverklaring) door het ontvangende en de ‘lettres de cr”ance’ (de geloofsbrieven) door het
zendende land. Het zal verder ongetwijfeld ook te maken hebben met het respect wat men, wederzijds, voor
elkaars mores kon opbrengen. Respect waarvan ik momenteel veronderstel dat dit wel weer een heikel punt
zal zijn nu de scholen weer begonnen zijn en de culturele verschillen bij zullen gaan dragen bij het vormen
van de diverse subgroepen…

Want individuen hebben groepen nodig om zich van de andere leden te onderscheiden.
En groepen hebben individuen nodig om zich als groep te kunnen handhaven.
En ik kijk met bewondering naar de hand die vanaf de andere hand naar het hoofd gaat om dan, uiteindelijk,
in een gebalde vuist te eindigen. Respect is wat acties dan nog meer kunnen oproepen.
Het tonen van wederzijds respect wel te verstaan. En ook dat zou kunnen worden beschouwd als behorend
bij het eerder aangegeven ritueel. Bijkans een rituele dans die zou kunnen worden uitgevoerd waarbij toch
de ‘up’ partij zodanig indruk weet te maken dat de ‘down’ partij hiermee akkoord gaat.
Maar ook dit is een zeer subjectieve invulling mijnerzijds.
Want ik bedenk dit in een kader wat zich zou kunnen voordoen indien ik mijn krachten nog aan het onderwijs
had kunnen geven. Waarbij de Amsterdamse mores totaal niet te vergelijke viel met de mores die ik kende
uit Castricum dan wel Haarlem. Waarbij het woord lang niet zo vaak als dat dit in Amsterdam gebezigd werd,
veelal nog voorafgaand aan de opdracht:
‘jij moet mij met R! behandelen!’
En het woord moeten niet alleen vraagtekens opriep maar ook mijn nekharen omhoog deed komen…

VOORZIENIGHEID

Iedereen in Nederland
kan een pen ter hand
nemen;

het is een enkeling
die hier zijn bestaan
aan dankt

zo ze bestaan

wordt een blik gegund
in de traumata

van een voorbije jeugd.

Of God
dit zo voorzien heeft”!

Dat verantwoord ook een deel van dit bovenstaande. Voorzienigheid.
Want wij allen krijgen iets mee wat wij zelf van een waarde gaan voorzien.
Soms zijn we overdreven invoelend, op een ander moment hebben wij er alle baat bij om je zo ego”stisch
mogelijk op te stellen en noemen wij dit assertief. Soms kan het niet anders dan dat een
oprecht ik, ik, ik, ik en dan jij pas plaatse dient te maken voor een zuiver jij, jij, jij, jij
en misschien ook nog een beetje ik. En dat alles wordt dan ook nog op smaak gebracht met een toefje respect.
Als de krent in de pap, als het puntje op de slagroom.

Voor vandaag genoeg van deze samengestelde overweging:
tenslotte speelden de elementen een wezenlijke rol in deze kinstige bijdrage! Wind, slagregen,
afgerukte balderen en vallende takken:
respect voor de natuur met alle ongekende krachten komt van nature genoegzaam uit de verf!

20090903-1251997745N0309kzdg46

Maar ook Zijne Hoogeerwaarde, de abt, liet op een ander moment de schijn luidruchtig vallen:
‘Jij hond van een ambtenaar, jij hebt mijn steekpenningen aangenomen!’
‘Je hebt het mis,’ zei de rechter koel. ‘Die leende ik alleen maar. Elk koperstuk van het geld dat je me
hebt gezonden, werd gebruikt om jouw eigen ondergang te bewerkstelligen.’