klare taal
Er klopt iets niet. In mijn beweringen lijkt het op dit medium wel te kloppen maar toch klopt iets niet.
Iets wat haaks staat behoeft niet altijd een hoek van negentig graden te vertegenwoordigen.
Maar vaak is dit wel zo. Dan klopt het wel ondanks dat mijn gevoel mij aangeeft dat er iets niet klopt.
Zoals het weer vandaag ook niet geheel klopte. Er was wel zon en ook weer niet.
Er waren wel dreigende luchten en de droppels die even vielen waren niet veel meer dan grote spatten.
En dat maakt het weer voor even kloppend.
Let wel, voor even werd het volmaakte aangestipt en ging direct weer over in het onvolmaakte.
Verstandige taal valt van mij, op dit moment, niet geheel te verwachten.
Alsof mijn geest een spons is zo zuig ik dingen op en niet veel later betrap ik mij erop dat ik aan het uitknijpen ben.
Mij verbaas omtrent de hoeveelheid vocht die ik eruit weet te persen.
De klare taal laat voor wat deze is en een allerlaatste druppel aan moeder aarde weet terug te geven.
Daardoor toch weer de illusie bestendig. Omdat het mij voor even gegeven is mijn constante stroom onder
woorden te brengen. En ik mij niet de vraag stel vanwaar de woorden komen of waar deze zich, als rotten,
weten op te stellen. Wachtend op een bevel om de gang erin te zetten, de pas te versnellen en de haast
van een zicht te voorzien. Geen klare taal dus terwijl ik niet veel momenten geleden dat wel zo stelde.
Of juist niet. Of ik vlekken wil benoemen die zich als vliegen door mijn blikveld bewegen.
Ik iedere keer te laat reageer en daardoor slechts de eindjes weet te raden. Veronderstel.
Maar het ook aan alle kanten mis kan hebben. Want hoe omschrijf je een emotie”
Iets wat haaks staat behoeft niet altijd een hoek van negentig graden te vertegenwoordigen.
Maar vaak is dit wel zo. Dan klopt het wel ondanks dat mijn gevoel mij aangeeft dat er iets niet klopt.
Zoals het weer vandaag ook niet geheel klopte. Er was wel zon en ook weer niet.
Er waren wel dreigende luchten en de droppels die even vielen waren niet veel meer dan grote spatten.
En dat maakt het weer voor even kloppend.
Let wel, voor even werd het volmaakte aangestipt en ging direct weer over in het onvolmaakte.
Verstandige taal valt van mij, op dit moment, niet geheel te verwachten.
Alsof mijn geest een spons is zo zuig ik dingen op en niet veel later betrap ik mij erop dat ik aan het uitknijpen ben.
Mij verbaas omtrent de hoeveelheid vocht die ik eruit weet te persen.
De klare taal laat voor wat deze is en een allerlaatste druppel aan moeder aarde weet terug te geven.
Daardoor toch weer de illusie bestendig. Omdat het mij voor even gegeven is mijn constante stroom onder
woorden te brengen. En ik mij niet de vraag stel vanwaar de woorden komen of waar deze zich, als rotten,
weten op te stellen. Wachtend op een bevel om de gang erin te zetten, de pas te versnellen en de haast
van een zicht te voorzien. Geen klare taal dus terwijl ik niet veel momenten geleden dat wel zo stelde.
Of juist niet. Of ik vlekken wil benoemen die zich als vliegen door mijn blikveld bewegen.
Ik iedere keer te laat reageer en daardoor slechts de eindjes weet te raden. Veronderstel.
Maar het ook aan alle kanten mis kan hebben. Want hoe omschrijf je een emotie”
Daar gaat dit schrijven over. Alsof ik in een kijkdoos kijk waarbij objecten zich vrijelijk bewegen.
Door elkaar heen kunnen buitelen, elkaar achterna gaan zitten en een spelletje tikkie de man aan het najagen zijn.
De veranderende kleur van het struikgewas wat zich constant leent om schuilhokkie te spelen, de plotsklaps
groeiende paddenstoelen die uit de grond omhoog springen en de elfjes die om een hoek gaan gluren.
Een sprookjesbos wat de wereld op zijn kop weet te zetten en alle kijkers, in eerste instantie, zeer gastvrij onthaalt.
Maar waar ook een dreiging in de wereld hangt. Waar spinnen hun webben weven, waar torren kun kop opsteken
en waar de harmonie direct kan omslaan. Waar disharmonie onder een deksel schuilgaat en wacht op een
onverschillige stap. Niet van een onverlaat want die bestaan niet in deze waanwereld.
En al zou die wel bestaan, wat dan nog” Geen reden tot enige ongerustheid.
Want steeds maar weer komt de slinger in beweging en gaat het van het een naar het ander.
De slinger van balans. Zoals enkel een slinger kan balanceren. Op het vooronderstelde slappe koord.
Het koord wat leven symboliseert. Het aangaan van een zeker engagement.
Van jezelf en de wereld, van jezelf in de wereld, van de wereld in jezelf en de wereld om je heen.
Niet alleen! Want hoe graag je dit ook zou willen ook dat word je onthouden.
Het deel van jezelf wat schurkt tegen het deel van de ander.
Alleen in je gedachten weet je dit mogelijk van elkaar te scheiden maar levend in de wereld
ontkom je er niet aan.
Door elkaar heen kunnen buitelen, elkaar achterna gaan zitten en een spelletje tikkie de man aan het najagen zijn.
De veranderende kleur van het struikgewas wat zich constant leent om schuilhokkie te spelen, de plotsklaps
groeiende paddenstoelen die uit de grond omhoog springen en de elfjes die om een hoek gaan gluren.
Een sprookjesbos wat de wereld op zijn kop weet te zetten en alle kijkers, in eerste instantie, zeer gastvrij onthaalt.
Maar waar ook een dreiging in de wereld hangt. Waar spinnen hun webben weven, waar torren kun kop opsteken
en waar de harmonie direct kan omslaan. Waar disharmonie onder een deksel schuilgaat en wacht op een
onverschillige stap. Niet van een onverlaat want die bestaan niet in deze waanwereld.
En al zou die wel bestaan, wat dan nog” Geen reden tot enige ongerustheid.
Want steeds maar weer komt de slinger in beweging en gaat het van het een naar het ander.
De slinger van balans. Zoals enkel een slinger kan balanceren. Op het vooronderstelde slappe koord.
Het koord wat leven symboliseert. Het aangaan van een zeker engagement.
Van jezelf en de wereld, van jezelf in de wereld, van de wereld in jezelf en de wereld om je heen.
Niet alleen! Want hoe graag je dit ook zou willen ook dat word je onthouden.
Het deel van jezelf wat schurkt tegen het deel van de ander.
Alleen in je gedachten weet je dit mogelijk van elkaar te scheiden maar levend in de wereld
ontkom je er niet aan.
Klare taal. Een veronderstelling. Ik denk dat ik daar niet goed in ben.
Het maakt ook niet zoveel uit of ik daar nu wel of niet goed in ben. Ik schrijf het weg.
En lees het op een ander moment nog wel eens terug. Of juist niet. Daar heb ik vrede mee.
Als in die andere momenten waarop ik vrede bespeur. In mijn zelf.
VERSTANDELIJK
Het maakt ook niet zoveel uit of ik daar nu wel of niet goed in ben. Ik schrijf het weg.
En lees het op een ander moment nog wel eens terug. Of juist niet. Daar heb ik vrede mee.
Als in die andere momenten waarop ik vrede bespeur. In mijn zelf.
VERSTANDELIJK
Ik zeg niet
dat ik eerlijk ben
heerlijk duurt
voor een moment
bestaat het;
weldra gaan we over
tot de orde
van het leven
de chaos
spoelen wij weg en
met de kater
van de volgende dag
valt
redelijk
te leven.
Mijn wolligheid is gelijk een overjarig schaap.
Op een dag komt toch de schapenscheerder…
Op een dag komt toch de schapenscheerder…
Tevredenheid! Zeker voor vandaag gewenst!
Klop klop…
zachtjes draai ik me om voel de vermoeidheid rustig kabbelen. Ook mijn hartslag nodigt niet uit tot schokkende heupbewegingen. Geen noodzaak uit het Jailhouse rock te breken.
Wederom draai ik me zachtjes om alles lijkt alsof ik slaap. Ben toch wel degelijk klaar wakker. Er schijnt iets veranderd, er begint iets te dagen. Voel me een dwaas hier geen benul van te hebben behalve dat zich langzaammaarzeker een verandering in perceptie..
Net als of de klop klop iets wat aanstonds is
aankondigd.
Zonder bombarie, zonder loftrompetten dit maal. Eigenlijk heel karig, gewoon zoals het is. Als de aanstonds zijnde volle maan.
Als een eb en vloed zijn mijn gedachten uw overpeinzingen de maan. De manier van perceptie menigmaal door Trudy vermeld bejubelt en bezongen lijkt zich nu ook in mij ogenschijnlijk zonder een pre fase van wikken en wegen te manifesteren. Zou het eigenlijk niet anders willen duiden. Zuid wester in de hand een zwarte stip in de ander omdat ik mij zeker niet afvragen wil wat er gebeurt als aan de slinger een tweede zwaarte punt bevestigt zou zijn.
Er begint zich iets te dagen. Waarvan ik uitzonderlijk blij ben deelgenoot te zijn. Van dat wat niet afgeknabbelt worden kan slechts gegeven van wie het toebehoort.
De fase die verder gaat. die evolueert. Niet zo zeer van bloed op bloed. maar aan die vriend, die godgegeven broer. de erkenning
de herkenning door te kijken door een prisma en al dat andere dat vertekent en ons dwingt nieuwe grenzen en gedaanten te vertrouwen waardoor ik als ik naar u kijk u vertrouwen kan. Als ik in mijn spiegelbeeld mezelf vertrouwen kan. Hoor ik uw harten graag nog heel lang kloppen ook van hen die we zelfs via dit medium niet zien, soms opduiken en het de moeite waard maken hier steeds weer terug te komen.
Ik ga kijken naar de maan. Met het aroma van tembaco. In vroeger tijden sleepte ik dan graag mijn matras op het balkon om met mijn ogen open te dromen en heerlijk in slaap te vallen omdat dat zo vreselijk mooi is.
liefs
robert-jan