Nullijn minus trendvolgers

Alles draait… geregeld om de eenvoud. Lastiger wordt het wanneer de eenvoud buiten spel wordt gezet. Geregeld komt het echter voor dat vanuit een buitenspel situatie ontwikkelingen ontstaan die er wel degelijk toe doen. Gelijk een kabinet met voorstellen komt waarbij de werkgevers zich in de handen wrijven en de werknemers handenwringend zich opmaken om de strijd an te gaan. De macht en de onmacht als het ware. En bemiddelaars zich langs de zijlijn opmaken om het spel vanaf die kant te gaan sturen. Neem nu die medewerkers die met een nullijn van jaren worden geconfronteerd. Dit is nu eenmaal niet de tijd dat proefballonnen kunnen worden opgelaten, maar de harde realiteit die tot in de kleinste kieren doordringt. Want het bezuinigingsfeest gaat net zo hard door. En waar stemmen klinken om niet mee te gaan in deze huidige tijd, in deze negatieve spiraal, staan verdere ingrepen om de hoek te wachten. Spaarzaamheid en vlijt bouwde ooit in het verleden… huizen bijvoorbeeld. Banken wisten niet hoe zeer zij de potentiele klant binnen konden halen, provisies werden verdisconteerd in een weinig transparante reeks van getallen, de rente steeg torenhoog en de risico’s dienden te worden afgedekt. Ik stam nog uit de tijd dat de rente ver boven de 10 procent gangbaar was en dat de kreet ‘rendementen uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst’ absoluut niet gangbaar was. De periode dat: ‘pas op, geld lenen kost geld’ zijn opwachting moest gaan maken en dat Dirk S. geregeld in de televisie bladen adverteerde.


Het is een zekere treurnis die mij momenteel overvalt. Terwijl ik feitelijk gen reden heb om mij deze treurnis aan te trekken. Hooguit dat het ABP in april met een pensioenverlaging zijn werkzaamheden zal dienen voort te zetten. Dat er al jaren lang geen prijscompensatie heeft plaats gevonden is een ander verhaal. Dat de overheid met ingang van dit jaar een slag slaat in de netto pensioenuitkeringen nog weer een geheel ander verhaal. Want ik ben rijk! Eigenlijk ben ik mijn leven lang al rijk. Want ik had in de jaren vijftig niet kunnen bedenken nog eens in een eigen huis te kunnen wonen. Laat staan dat een auto voor mij was weggelegd. Neen, ik kom uit de periode dat ik iedere maandag een dubbeltje, vijf centen en soms een kwartje in die grote zwarte doos mocht doen. En dat de bovenmeester in het spaarbankboekje van de Nutsspaarbank dan dat bedrag aan het totaal toevoegde. Uit de periode dat schoolmelk in een kwart liter glazen fles met een capsule als deksel lauw gedronken diende te worden: de tijd van Joris Driepinter. De tijd van: ‘drink per man, driekwart kan’. De tijd ook dat de melkboer langs kwam en met zijn halve liter maat de melk direct uit de melkbus kon scheppen. Dat de haringboer met vis langs kwam. Veelal op vrijdag. De groenteman nog groenteboer heette. De tijd dat op de radio dat deuntje iedere ochtend langs kwam: ‘Ja, ja, ja, wat zullen we eten, cha, cha, cha wie kan dit weten” Wie is de man die mij dit zeggen kan: de groenteman, cha, cha, cha.’ Nostalgie” Geenszins!

En toch, en toch wringt er wat bij mij. Kan niet precies duiden wat er wringt, maar er wringt wel wat. Het moment waarop de schoen vaak bij de schoenlapper terecht kwam. Om daar een paar dagen te verblijven. Om opgerekt te worden. Of voor nieuwe zolen. De hamer die de leest liet werken. En de geldelijke bedragen die daar dan weer mee gemoeid waren. Nu loop ik rond op mijn CAT’s en kom tot de ontdekking dat ook de leegstand in Alkmaar steeds groteskere vormen aanneemt. Gerenommeerde zaken die de tent dienen te sluiten. Werkloosheidscijfers die de 7,5 procent voorbij zijn gegaan. In het midden latend hoeveel individuen dit precies treft. Mensen dus. Mensen die, soms van de ene dag op de andere, te horen krijgen dat de tent sluit. Dat zij morgen niet meer hoeven te verschijnen. Dat van een sociaal plan geen sprake kan zijn, eenvoudigweg omdat het geld op is. Er gewoon geen geld meer is. De gang naar de bijstand. Want geld voor een rechtzaak zal helemaal uit den boze zijn. Medewerkers in de zorg, onderwijsgevenden. Over het geheel toch al geen vetpot, maar de nullijn wacht. De onregelmatigheidstoeslag zal waarschijnlijk gaan verdwijnen. Waar is toch die dame met die lamp gebleven!”

En ook dit keer met werken van Willem Schotten! Van harte in de aanbeveling! Zeker gezien het feit dat een van deze werken de titel van Uitgevlogen voert…
Laatste 15 Reacties