O1. RUIKEN uit afscheid.
OI. RUIKEN
Niet alleen de gang naar het instituut imponeert, ook de gang in het gebouw zelf. Voetstappen klinken even hol op, om daarna dood te slaan tegen de wit gepleisterde muren. Muren die droefgeestig zijn opgefleurd met gemeentewapens. Het is een terugkeer in de moederschoot. Uit schijnbaar naar niets leidende zijgangen klinkt dof gerommel van gamellen, een zoetige etenslucht walmt me tegemoet. Het is het enige teken van leven wat te ontdekken valt.
Er komt een eind aan dit voorgeborchte. Het duister maakt plaats voor helder zonlicht dat zich meester lijkt te maken van een groep wezens op het achterplein. Hoewel de kruiwagens ieder individu een eigen plaats in de rij geven, vormt dit een geheel in deze gespleten omgeving.
Een figuur maakt zich los uit dit tableau, geeft een teken en de stoet zet zich woordloos in beweging.
Ik sta perplex, voel me een indringer en laat dit beeld op mijn netvlies inbranden. Het is maandag 1 april 1969, een bijzonder gewone dat in de inrichting.
Let me please introduce myself…
Een verkrachting! Zo gaat men voorbij aan mij, aan wie ik ben!ongemerkt beginnen mijn handen mee te roffelen, krijg ik zelfs de smaak te pakken, wordt de duivel mij sympathieker dab ik ooit heb verondersteld. Het voert me terug in de tijd waarin alle zekerheden ter discussie staan, heilige huisjes worden afgebroken, het geld ontwaard. Het moet ergens in die periode zijn geweest dat het zaadje werd geplant, waardoor mijn besmetting met mij meegroeide. Een virus dat los van mij, in mij, mijn bestemming zou bepalen. Ik begreep niet wat iemand kan bewegen een zekere toekomst in te ruilen voor de onzekerheid om met psychiatrische patienten te gaan werken, sterker nog, om heel bewust direct in de nabijheid van die ander te gaan verkeren.
Ik zag ze niet. Wel zag ik een nog thuiswonende idioot, bij ieder rondje dat hij liep zichzelf herhalend. Hij doet geen kwaad en toch probeer ik hem te ontlopen. Hij stoot af en boeit tegelijk. Hij leeft en ook weer niet. Zijn simpele geest laat veel problemen liggen en toch kent hij ze ook. Ik heb het veel te druk met school, de meisjes en het toenmalige spel van leven.
Bergen (nh) is het middelpunt van mijn bestaan, zeker eren keer in de maand. Op zondag. De tent die in mijn geheugen gegrift staat en daarin met voortduring ‘Sympathy for the Devil’ laat horen, dwingt me terug te keren naar het moment waarop mijn leven zich omkeerde: Palermo.
Het zijn radertjes die in beweging zijn gebracht. Miniscule radertjes radertjes, maar dan toch die beweging. Waar Afscheid onderdeel van is uit gaan maken, Santpoort een belangrijke rol speelt en waarin de verleden tijd nog geregeld doordringt in mijn huidige tijd. Omdat ik afgelopen donderdag iemand tegenkwam bij de overhandiging van het jaarboek van het fotocafe. En dat ene woord door hem werd uitgesproken: Santpoort. En toen… ging het balletje rollen, werd verleden weer heden en kwam er van alles naar boven ook de dag van eergisteren. Want als die bal een keer aan het rollen gaat…
Laatste 15 Reacties