'Om u te dienen, meneer.'

Om u te dienen, meneer.
Clara Maria Aldegonda P.-G., geboren 1898.
Klaar en ik.

Ik mocht een opname doen,

personeelstekort, maar toch…

een eerstejaars, zes weken in het veld,

het deed me wat.

Ik had de checklist al gelezen.

Ik moest har vragen naar haar naam

en vertellen, waarom ze bij ons kwam

vrijwillig = maar ze kon geen kant meer uit =

Ik zou die klus wel even klaren

Inprenting, geheugen kort en lang

’t liefst precies

en apraxie, en stoornis in het denken

bij voorkeur een waan, misschien

en stemmen.

Heeft ze wellicht een woordvindstoornis

of een echte afasie”

De ADL moest duidelijk worden,

bij voorkeur ook het slaapgedrag.

En is ze eu- of dysfoor

en in welke mate deviant,

continent ten alle tijde”

Vragen zat, los uit de hand.

Het leek me leuk, ik had wel zin.

Clara Postma, van mezelf Groothuis,

zeg u maar Klaar,

om u te dienen, meneer dokter,

of ben u dat niet, wat ben u dan”

Nee, niet me jas uit,

want ik ga zo weer.

Ik ben op een ritje met die broeders,

die benne van het Jacobshuis

we hebben zo gelachen

in de bus, ik pieste bijna in mijn broek.

Niet continent dus.

Ze droeg een vilthoed

en een lange bruine jas

en had een bril met dikke glazen,

en alles wat ze mocht behouden,

zat in een witte plastic tas.

Ik zat daar,

gemaakt nonchalant te wezen,

ontspannen wilde ik graag lijken

en zorgzaam als het even kon,

maar het werd toch anders

dan het leek,

voordat ik er aan begon.

Klaar,

je moet hier blijven

minstens drie maanden.

Dan ga ik dood,

om u te dienen,

meneer.

Ze heeft haar jas toch uitgetrokken

de hoed niet afgezet.

De koffie heeft ze niet gedronken,

maar wel over zichzelf verteld.

Ze was de dochter van een grutter,

die haar sloeg, haar zus nog meer, die is mank geworden

en haar moeder, die overleed.

Ze werd grootgebracht door nonnen

het was negentienhonderdacht.

Ze was getrouwd met Pieter Postma,

timmerman, een Fries uit Heerenveen,

geen kinderen, want

met een grutter als voorbeeld

begin je daar niet aan.

Zo heeft ze het gezegd tegen de rechter,

waarvoor ze verschijnen moest

omdat ze weigerde bij te dragen

in het onderhoud van een armlastige ouder,

zoals de wet voorschreef

in negentiendrieendertig.

Op elf maart, meneer,

om u te dienen.

Later werden ze samen concierge bij de

vereniging tot behoud van natuurmonumenten,

daar kreeg ze nog steeds pensioen van,

waarvan ze mij wel wilde betalen,

als ze weg mocht.

’t liefst ging ze naar Artis,

naar de vogels en de apen,

de jaarkaart kwam uit de plastic tas;

of ik, meneer, niet kon genieten van die beesten,

vooral als het een beetje zonnig was.

De G.G.D. had ons geschreven:

vervuild, niet handhaafbaar in huis,

paranoid en ruzie met de buren;

zoeken jullie het maar verder uit.

Na de nonnen

in negentienhonderdenacht

had ze nooit meer haar slaapkamer gedeeld

met een ander

dan Pieter Postma

en nu

moest ik haar een bed wijzen

op de observatiezaal

mannen en vrouwen

gescheiden door een gordijn,

dat meestal openstond.

En Mevr. Fazekas en Dhr. Oortwijn,

die lagen te sterven

aan pancreascarcinoom

en de laatste fase van

de chorea van huntington.

Maar het licht was toen al lang uit.

Ik had haar verslagen

toen ik,

om duidelijk te maken, waar ze was,

na Santpoort

en psychiatrisch ziekenhuis

de naam noemde,die oude Amsterdammers kennen.

Zoals Utrechters Den Dolder

en Friezen Franeker.

Het is hier Meerenbosch, Klaar.

Nee, meneer, ik ben toch niet gek.

Jawel, Klaar. Gek en opgesloten.

Om u te dienen,

meneer.

Integraal. Schijnend. In zekere zin. Echter minder schrijnend dan het krantenbericht van vandaag:

‘Psychiater op non-actief na dood client.’

Een Amsterdamse psychiater moet op last van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) direct zijn werk neerleggen. De dood van een van zijn clienten begin dit jaar is aanleiding voor de inspectie om in te grijpen. De reden” “Hij schreef hoge doseringen geneesmiddelen voor, in grote hoeveelheden en in risicovolle combinaties”, zegt een woordvoerder van de IGZ.

Naar de reden valt te gissen. Ik kan mij openlijk vergissen. Dat valt dan hooguit mij kwalijk te nemen. Maar stel je nu eens voor dat die client een doodswens heeft geuit. Dat hij die wens uitschreeuwde, uitgilde en deze wens niet werd verstaan. Alleen werd verstaan door deze psychiater.

Hij de middelen had om op die wens in te gaan. Stel dat…