Onsterfelijk

Als je nergens aan begint, kun je nergens spijt van krijgen. Een dooddoener van jewelste! Ook dat kun je met een gerust geweten aan mij overlaten. De dooddoeners bedoel ik dan. Gelijk open deuren hooguit door mij nog wat verder kunnen worden geopend, voor ze door een windvlaag worden dichtgeslagen. Ik laat nu eenmaal de voorzienigheid een niet onbeduidende rol in dit geheel spelen. Opdat ik mij niet schuldig voel dan wel een bepaalde verantwoordelijkheid op mijn eigen nek zadel. Neen, daar moet ik niet aan denken! Ik laat bekers aan mij voorbijgaan en zal hooguit wat meewarig knikken wanneer ik een ander hulpeloos met zijn armen naar boven in het water naar mij zie zwaaien. Vooral wanneer dit gepaard gaat met de uitroep ‘Au Secours’ en mijn Frans het, voor dat moment, af laat weten. Eenvoudiger wordt het wanneer er om hulp wordt geroepen… Nu ontdek ik bij mezelf dat ik wel wat met de bovenstaande woorden stoei, een poging onderneem om op het niveau van Cruyff een bijdrage te leveren aan de Nederlandse Taal en da daaraan te koppelen gezegden, maar dat van een opmerkelijk debuut in deze zin weinig sprake is. Ook debuteren moet je leren, zoals ooit naar voren werd gebracht dat leven een ‘education permanente’ veronderstelt. Het continu op de hoogte zijn en blijven van alles dat zich rondom mij voordoet, het voeren van verschillen van mening en de daaraan te koppelen vormen van communicatie op de diverse niveaus van zijn, ik moet er niet aan denken. Dus denk ik daar liever niet over laat staan niet aan. Al eerde ging ik uit van de veronderstelling dat ook ik me regelmatig schuldig maak aan cirkelvormig denken. Daardoor mijn leeftijd onthul aan de buitenstaander die mogelijk, voor het eerst, met mijn woorden wordt geconfronteerd. Het wauwelen blijft me nu eenmaal op het lijf geschreven en aan mijn huidig bestaan kleven.
Ik vind het dan ook wel wat hebben, wanneer ik mij terugtrek in een boek. Een boek dat mij weet te bekoren, wat de doorsnee van een gemiddeld bestaan weet weer te geven en dan ook nog de nodige spanning in zich draagt. Een thriller die onder de noemer literair oplages kent van vele miljoenen. Waarbij recensenten niet te beroerd zijn om daar een positief oordeel aan te koppelen. Te merken als het ware en dat oormerk weer gebruiken om nog weer anderen mogelijk van een gelijkgezind oordeel te kunnen voorzien.
Een oordeel ook dat zich voordoet en voordeed bij de voorstelling van Toneelgroep Het Volk. Herfst in Schoorl. De voorlaatste jubileumvoorstelling “Het jubileum’, werd als volgt door de pers naar voren gebracht: NRC: kluchtige sketches en varietenummers wekken vertedering. THEATERKRANT.NL: Bert Bunschoten en de broers Wigbolt en Joep Kruyver doen waar ze al jaren goed in zijn. Zorgvuldig gecomponeerde teksten worden met veel gevoel voor retorische stijlvastheid op humoristische wijze gebracht. DE ROSKAM: het jubileum zit vol burleske melancholie. HAARLEMS DAGBLAD: melancholieke zwanenzang, surrealistisch sprookje.
Dat ik geniet en heb genoten, daar wind ik dit keer geen doekjes om. Tenslotte kan ik me een zeker oordeel permitteren op grond van het feit dat ik ooit ook op bepaalde planken stond, dan wel met een zekere onregelmaat naar voorstellingen ben gegaan die mij bijzonder konden bekoren. Maar Het Volk blijft simpelweg Het Volk en door dat volk is de lach en de traan mij met een zekere regelmaat overkomen. En dat overkomen heb ik dan weer te danken aan het feit dat ik ergens aan begon. En dat een begin ook veelal aan einde impliceert, is in de regel mooi meegenomen! Want een gebed zonder einde heeft veel weg van dat boek van Simone de Beauvoir: Niemand is onsterfelijk! Hoewel anderen dit weleens anders interpreteren…