onverbiddelijk


iGer.nl
Want als je zo door stad en ommeland je bezigheden probeert te voorzien van een inhoud, ontkom je er niet aan dat je oog op zaken valt, die een vorm van weemoed doen vermoeden. Neem nu bijvoorbeeld de fiets. Een vorm van verplaatsen wat zich door middel van de loopfiets tegenwoordig laat herhalen. Een middel waarbij de rollator in de kast kan blijven, kind en ouder een wedstrijd kunnen houden en waarbij een glimlach rond de mond van het winkelend publiek te bespeuren valt. En de koene tred waarmee de niet beperkte in het loopspoor van de ander tracht te blijven. Want waar een loopspoor niet zichtbaar wordt, ligt dat geheel anders met die geel/blauwe rupsen die zich door het landschap wagen. Waar geen vlinder te bespeuren valt. En ik de vlinder van vanochtend beticht van een te vroege wederopstanding. De trein dus.
Het openbaar vervoer. Met geregeld dat gevoel een van de vele haringen te zijn. Veelal op het balkon. Geen uitzicht, waardoor de wereld slechts een vaag vermoeden is. Het wachten op een volgend station. De mededeling dat alleen het voorste treinstel doorgaat. De zuchten die dan geslaakt worden. De conducteur die onzichtbaar met je meereist. En dan weer in gezwinde pas…
De sonore stem die je attendeert niet te vergeten uit te checken. De kosten die dan hoger oplopen. Want iets vergeten komt al gauw op een sterke verhoging van de ritprijs. En systemen zijn er nu eenmaal om ervoor te zorgen dat alles verantwoord kan plaatsvinden. Plaats vinden. Juist in de spitsuren kan daar geen sprake van zijn. Geen plaats te vinden. Want wie zit, die zit.


iGer.nl
Mensen. Je mist ze geregeld op mijn foto’s. Ik vind het ook wat lastig. De vaart waarmee de mens onderweg kan zijn. Onder die verschillende omstandigheden. De omstandigheid. Zon. Regen. Wind. Grijze luchten. Bewolking. Een vleugje voorjaar. Een vleugje winter. Of een kerk. Geen omstandigheid die zich iets van het weertype hoeft aan te trekken. Een aantal stoelen. Een dame. En de kleuren waar zij zich, voor het oog, aan weet over te geven. Misschien even bijkomt. Uitrust van het winkelen. Of juist dat moment voor zichzelf weet te koesteren. In zekere zin onverbiddelijk deel uitmaakt van dat Godshuis. Zonder in gebed te vervallen. Een kerk met een ander bestemming. Een witte kerk. De Witte kerk van Heiloo. Wat zich opvallend helder manifesteert. Door de drie forse bomen die het veld moesten ruimen. Waarvan de meter dikke stam door het gehuil van een kettingzaag in grote brokken wordt gezaagd. De container ingaan. En Winder de kraanarm strijkt. Het plein wat niet veel later de ruimte weet te vullen. Zoals pleinen wel vaker ruimtes vullen. In een andere mate van onverbiddelijk. Met mensenmassa’s. Kogels die mensen laten vallen. Bloed dat vloeit. Het hier slechts zaagsel is wat overblijft, ook dit in die container verdwijnt. Geen ruimte meer voor andere vermoedens. Slechts leegte.


iGer.nl
Fietsten wij weer. Met de zon in de rug. De zijwind enigszins mee. En de wanten die de handen van een warmte weten te voorzien. Gezond de weg weg te trappen. En Jimmy die nergens te bekennen valt. Door Heiloo. Over de Westerweg. Naar Alkmaar toe. De overgang op de Kalkovensweg. Geen Kalkoven meer te bespeuren. Wat dat betreft hebben die de naam mee. Kalkovens weg. Gelijk de Hoeverweg. Hoe ver weg” Momenten onderweg. En deze terugblik.
Voor die andere momenten. Voor als ik in huis onderweg ben. Zoals mijn fantasie geregeld onderweg is. Alsof het onderweg zijn iedere keer opnieuw een ander tijdperk in gaat luiden. Constant wordt ingeluid. Niet wachten op het feit dat met iedere seconde het steeds maar weer wat later wordt. Of vroeger.
Niet afwachten maar het initiatief in handen nemen en in handen houden, niet de hoek opzoeken maar, waar mogelijk, mijn licht laten schijnen. Op jou! Op mij! Op anderen!


iGer.nl
Op bekenden! Op onbekenden! Op voorbijgangers! Op mensen in de straat, mensen op een plein, mensen in een wijk, mensen in een plaats, een stad, een dorp desnoods…
Mensen op de hoek, mensen in de rij, mensen in een keurslijf en mensen, zomaar, vrij…