op vall end
‘Observeren kun je leren, hield ik ooit mijn pupillen voor…’
Nu kijk ik vaak niet verder dan de lens lang is. Loop ik wat gebogen alsof ik nog ergens wat
dubbeltjes en kwartjes vermoed. Kom ik zo af en toe een roodkoperen cent tegen of staat er
een twee op. Of een vijf. Maar lang zo puik niet meer als van een tijdje geleden. Want ondanks
een ruime verdubbeling van de waarde, is er toch wel degelijk sprake van een verregaande inflatie.
Zelf het oxydatieproces valt niet meer te vergelijken. Alsof de meestermaker van de legering niet
zo goed wist wat met de aangeboden metalen aan te vangen.
Een opvallend verschil of, om met de woorden van R-J te spreken, een saillant detail.
Nu kijk ik vaak niet verder dan de lens lang is. Loop ik wat gebogen alsof ik nog ergens wat
dubbeltjes en kwartjes vermoed. Kom ik zo af en toe een roodkoperen cent tegen of staat er
een twee op. Of een vijf. Maar lang zo puik niet meer als van een tijdje geleden. Want ondanks
een ruime verdubbeling van de waarde, is er toch wel degelijk sprake van een verregaande inflatie.
Zelf het oxydatieproces valt niet meer te vergelijken. Alsof de meestermaker van de legering niet
zo goed wist wat met de aangeboden metalen aan te vangen.
Een opvallend verschil of, om met de woorden van R-J te spreken, een saillant detail.
Vlagen. Harde wind terwijl de regen nalaat op het glas te striemen. Bomen volharden in het vasthouden
van hun bladeren, een tak kraakt maar laat na te scheuren. Toch liggen her en der wel degelijk wat takken.
Die de kracht niet hebben overleefd.
En zoeken bladeren elkaar op. Alsof ook zij zich willen wapenen voor de ontluikende herfst.
Staat de kachel aan. Een vleug droge lucht probeert mijn aandacht te trekken. Gordijnen dicht en het
naderen van de geur van speculaas vindt allerwegen aftrek. Terwijl het nog zo kortelings in de winkel staat.
Maar wel met bontgekleurde Pietjes erop. Een schimmel en de man met die tabbert aan.
Het grote feest van de verleiding vindt een aanvang. En het zijn niet alleen die kleintjes die bezwijken
voor de verleiding. Groten doen net zo hard mee. Want sparen is één ding, opmaken heel wat anders.
Maar toch zit een zekere zuinigheid in ons bloed. Gebakken, als ooit bloedworst.
Want ook dat was niet alleen een lekkernij toen, maar werd ook door de omstandigheid ingegeven.
van hun bladeren, een tak kraakt maar laat na te scheuren. Toch liggen her en der wel degelijk wat takken.
Die de kracht niet hebben overleefd.
En zoeken bladeren elkaar op. Alsof ook zij zich willen wapenen voor de ontluikende herfst.
Staat de kachel aan. Een vleug droge lucht probeert mijn aandacht te trekken. Gordijnen dicht en het
naderen van de geur van speculaas vindt allerwegen aftrek. Terwijl het nog zo kortelings in de winkel staat.
Maar wel met bontgekleurde Pietjes erop. Een schimmel en de man met die tabbert aan.
Het grote feest van de verleiding vindt een aanvang. En het zijn niet alleen die kleintjes die bezwijken
voor de verleiding. Groten doen net zo hard mee. Want sparen is één ding, opmaken heel wat anders.
Maar toch zit een zekere zuinigheid in ons bloed. Gebakken, als ooit bloedworst.
Want ook dat was niet alleen een lekkernij toen, maar werd ook door de omstandigheid ingegeven.
En al die doodgewone dingen kunnen wij iedere keer opnieuw gaan zien en opnieuw benoemen.
Gelijk een dag die zich niet met een andere dag laat vergelijken. Niet te spiegelen valt.
En zo er sprake is van een zekere herhaling ligt dat slechts in de beslotenheid van de betrokkene besloten.
Een, in zekere zin, dubbelzegging om de kracht van dit woord wat meer te onderstrepen.
Om de eenvoud van het zijn te kunnen benoemen. Als daar tenminste sprake van kan zijn.
Zoals ik ooit probeerde alledaagse dingen in een zin te vatten.
Gelijk een dag die zich niet met een andere dag laat vergelijken. Niet te spiegelen valt.
En zo er sprake is van een zekere herhaling ligt dat slechts in de beslotenheid van de betrokkene besloten.
Een, in zekere zin, dubbelzegging om de kracht van dit woord wat meer te onderstrepen.
Om de eenvoud van het zijn te kunnen benoemen. Als daar tenminste sprake van kan zijn.
Zoals ik ooit probeerde alledaagse dingen in een zin te vatten.
‘Je doet wat je weet en je weet wat je doet!’
E”n zin. Om het verschil tussen bevoegd en bekwaam te kunnen duiden. Ik liet dit op het bord zien.
En gaf de opdracht dit, als eerste, in een aantekeningen cahier neer te schrijven.
Wat men dan ook trouw deed. Pas daarna kwam mijn uitleg en kroop ik in de rol van explicateur.
Het enige wat ik naliet te showen waren de plaatjes en het geluid van een tingeltangel. Maar voor de rest…
Ja, zo af en toe mis ik het toch wel. Dat bezig zijn met mensen. Dat van rollen wisselen. Een voordracht houden.
Of een uit de hand lopende voorstelling te geven. Een performance. Want dat vond ik, uiteindelijk, toch wel
het allerleukste. Om alles aan elkaar te associ”ren. Waarbij ik regelmatig van mezelf stond te kijken.
Alsof ik, vanuit de coulissen, niet alleen regisseerde maar ook nog initieerde, communiceerde en constant
associeerde. De pieken liet vergezellen van de dalen en tot slot in staat was om het geheel aan elkaar te breien.
Mensen de adem snoerde of ze stevig confronteerde. Gebruik maakte van de registers die zich in kastjes
en op werkbladen voordeden. De jaloezie”n maximaal opende en geenszins plannen had om dit licht
te gaan temperen. Naar de pauze streefde. En niet meer dan dat.
E”n zin. Om het verschil tussen bevoegd en bekwaam te kunnen duiden. Ik liet dit op het bord zien.
En gaf de opdracht dit, als eerste, in een aantekeningen cahier neer te schrijven.
Wat men dan ook trouw deed. Pas daarna kwam mijn uitleg en kroop ik in de rol van explicateur.
Het enige wat ik naliet te showen waren de plaatjes en het geluid van een tingeltangel. Maar voor de rest…
Ja, zo af en toe mis ik het toch wel. Dat bezig zijn met mensen. Dat van rollen wisselen. Een voordracht houden.
Of een uit de hand lopende voorstelling te geven. Een performance. Want dat vond ik, uiteindelijk, toch wel
het allerleukste. Om alles aan elkaar te associ”ren. Waarbij ik regelmatig van mezelf stond te kijken.
Alsof ik, vanuit de coulissen, niet alleen regisseerde maar ook nog initieerde, communiceerde en constant
associeerde. De pieken liet vergezellen van de dalen en tot slot in staat was om het geheel aan elkaar te breien.
Mensen de adem snoerde of ze stevig confronteerde. Gebruik maakte van de registers die zich in kastjes
en op werkbladen voordeden. De jaloezie”n maximaal opende en geenszins plannen had om dit licht
te gaan temperen. Naar de pauze streefde. En niet meer dan dat.
Ja, ik mis het eenvoudige mondwerk. Ik mis de uitnodiging om met mij te gaan nadenken.
Desnoods te gaan filosoferen. De teugels wat meer in handen te nemen.
Of de lange teugel te gaan gebruiken. Al ruim een jaar. Zomaar over, zomaar klaar.
Zonder afscheid of iets om naar toe te werken.
Over en sluiten, van binnen naar geregeld buiten om te wandelen.
Desnoods te gaan filosoferen. De teugels wat meer in handen te nemen.
Of de lange teugel te gaan gebruiken. Al ruim een jaar. Zomaar over, zomaar klaar.
Zonder afscheid of iets om naar toe te werken.
Over en sluiten, van binnen naar geregeld buiten om te wandelen.
Om mijn zinnen beperkt te gaan verzetten. Om…
BRON
BRON
Een bron van
inspiratie
is gelegen in het
feit
dat simpel door
‘wat mooi’
de wereld
anders
was en is
het nu.
En dat deed je op een manier waardoor velen jou zullen herinneren. Een herinnering aan een medestudent. Nee, niet tieten kont tieten kont etc… Ik kan me de woorden die je aan haar wijdde niet meer herinneren. L.P. laat wellicht een belletje rinkelen.
Jou les die dikwijls in haar ogen te laat begon, ware het niet dat zij niet leek te snappen dat de les. Jouw les reeds in het rookhok cq koffie lokaal was begonnen.
Onwrikbaar als haar commentaar dat de lessen om negen uur dienden te beginnen willigde jij haar eis zonder morren in. Ik die dit wel jammer vond, maar ja degene aan de kant van de regel dan wel het gelijk laat zich moeilijk tot anders denken aanzetten.
Mooi vond ik het dan als jou associeren haar verschrikt deed bladeren in het psychiatrie boek van o.a. D.Polhuis om vervolgens geen id. te hebben waar je het over had. De taal die jij sprak die die van woorden oversteeg. Voor degeen die oog had voor dingen die niemand ziet. De constante aanraking door jou met hen die zich in een hoefijzer rond je hadden geschaard. Leek het voor de leek in mij het meest als een smid die werkend aan het aambeeld het tastbare verbindt met het ontastbare.
De zinderende hitte van het metaal wat zich ver voorbij het feitelijke metaal manifesteerde.
Ogenschijnelijk gebeurde er niets met dat metaal. Het bleek na een sissend bad nog steeds metaal. Toch was er een significante verandering opgetreden. Cellen waren dichter, waren nauwer. Molecuul verbindingen bleken veranderd. Een scheikundig proces in werking gesteld door een tovenaar die…
Ja die…
Die werkte met wat voorhanden was, zonder de indruk te wekken zelf te weten wat. Iets, als ik dit zeggen mag. Wat u verondersteld in ieder mens aanwezig te zijn, dus door u aangesproken. Als een tuinder verondersteld dat de grond doorspekt is van zaad. En water en licht behoeft om maar te groeien. En dat te durven laten gaan. Aan moed heeft het u in die zin nooit ontbroken. Meer moet ik er maar niet over veronderstellen in de stelligheid van de woorden die zich zowaar op het scherm hebben ontvouwt.
Mooi vond ik het… Jammer vind ik het dat… Al kan ik me niet voorstellen dat je veranderd bent, voor mij ben je hier in dit medium nog altijd de zelfde.
Stel ik me zo voor je de intimiteit van een lokaal met leergierigen mist. Als een smid die hamert en vormt zonder het voelen van de zinderende hitte die daar voor nodig is.
onder het mom van…
boer zoekt klant
Roept u maar een tijd en plaats
… rolt er toch een traan…