Pluusj speelt: Een Sneeuw.
Iedereen praat. Niemand luistert. Op een na. Panda. Maar Panda hoor je niet. Hij zwijgt. En luistert. Wel. Als enige. Hij heeft een verleden. En over dat verleden zwijgt hij. Hij zit in een stoel met de rug naar het publiek. Dienend. Als biechtvader. En daar omheen cirkelen de anderen. Die elkaar niet verstaan. Die elkaar niet begrijpen. Laat staan in staat zijn om elkaar te ontmoeten…
Pluusj speelt Een Sneeuw. Geschreven door Willem Jan Otten in 1983. Er wordt een verjaardag gevierd van een man die niet kan praten. Misschien zijn laatste verjaardag. Maar daarover praat niemand. Zijn vrouw organiseert nog een fijne bootreis met z’n tweetjes naar het hoge noorden. Er is meer waarover niet gepraat wordt. Over de herinneringen aan het kamp Tjideng in Indie bijvoorbeeld en over de vrijspraken in het Majdanek-proces. En dan is er de generatie die de oorlog niet heeft meegemaakt. Zij hebben een leven dat beheerst wordt door een verleden dat niet van hen is.
Een verhaal over een familie die niet in staat is om op een geide manier met elkaar te communiceren. Een familie, die niet in staat is elkaar de troost te bieden die zo hard nodig is. Ze kunnen het niet, troosten. Ze weten niet hoe dat moet. Omdat ze de intense pijn, die als dauw van verdriet over ze neerdaalt, niet begrijpen. De sleutels zijn zoek, de pijn is te goed opgeborgen. Of in de Bechstein-vleugel gegleden. Of ondergesneeuwd.
Fascinerend, intrigerend en een onvoorstelbare hoeveelheid eenzaamheid die wordt geboden. Iedereen die de ander kwelt, spiegels die worden voorgehouden barsten in duizenden scherven uiteen. De tragische figuur Panda die zich met subtiele gebaren verstaanbaar weet te maken. Geregeld zijn stoel verlaat en met briefjes correspondeert. En een volgende openbaring krijgt te horen. De raakvlakken die ontbreken, familie die, ogenschijnlijk, tot elkaar veroordeeld is. En het gezamenlijke ontbijt dat niet wordt genoten. De eieren die niet hard maar wel vloeibaar zijn. Een spel wat wordt gespeeld, maar ook een spel dat zich kenmerkt door de verscholen tragedie. Dat is de spiegel die ons, het publiek, wordt voorgehouden. En het spel huivert verder, een telefoon die geen verbinding heeft met de buitenwacht. En er wordt gespeeld met ingehouden woede, gevochten met woorden om de ander iets van de een duidelijk te maken. Het zijn ook niet direct de verwijten, maar meer het falen van de mens die door schrijver en regisseur over het voetlicht worden gebracht. Een indrukwekkend stuk, een stuk waar menig amateurgezelschap de mist mee zou kunnen ingaan. Er wordt op randjes geacteerd, maar het geheel blijft schrijnen. En dat is de kwaliteit van Pluusj. Dat is ook de reden dat ik mijn indruk naar voren breng. Van een bezoeker, die bereid is om ook in zijn spiegel te kijken!







Laatste 15 Reacties