Prof. Dr. van der Scheer
BELGIë
GEEN WET ‘VIEZE BOEKSKES’ MEER
Het Belgische parlement heeft een wet afgeschaft die verbood dat ontuchtige publicaties in België binnenkwamen. De wet ‘vieze boekskes’, zoals hij in de wandeling werd aangeduid, bestond sinds 1936, maar is sinds 1954 niet meer toegepast. Tussen 1936 en 1954 werden 63 tijdschriften en 69 romans verboden.
Alkmaarsche Courant, 22-01-’08, op 23 januari 2011 nogmaals op dit scherm.
Toen had België nog een regering, momenteel is het een stuurloos land. Deint dat schip van staat wat tussen de baren door en lijkt het wel alsof de verantwoordelijkheid strandt op de duinen van Knokke. Waar het spel in de casino’s voorspelbaar doorgaat en het ‘rien ne va plus’ het balletje dat rolt blijft bepalen. Zoals het leven die eigen wetmatigheden blijft bepalen. Opdat er niet veel meer gebeurt dan dat de tijd waardig voortschrijdt. En de eeuwigheid een schijntje lijkt te worden. De ontreddering in een pintje verdrinkt en de frieten nog steeds het frietkot beheersen. Een Geuze Lambik met kriek wordt doordrenkt en de laatste monniken doen waar ze goed in zijn: brouwen.
En dat simpele gegeven brengt weer wat beelden naar boven. Noem ik dit voor mijn gemak hersentimenten. Of hersensentimenten. Grappig dat dit medium niet alleen dit eerste woord met rood ondergolft en ook het tweede woord van een kader voorziet. Het is dan ook niet zonder reden dat ik het een en het ander aan een derde ding weet te koppelen. Want zo’n bericht raakt me. Zelfs nu nog. Weer een tijd later. Niet zo zeer door de strekking maar meer door de interpretatie die ik toen zo treffend vond. Een stille getuige in een bosje dicht in de buurt van het opleidingsgebouw. Waar ik nietsvermoedend op een maandag mijn opwachting maakte. En daar toen een gedicht aan wist te koppelen. Een schrijnend gedicht in mijn ogen. Van enige wulpsheid kon toen geen sprake meer zijn. En ik daarom maar even daar vertoef. In toen.
Toen. 88 seizoenen mocht ik daar doorbrengen. Als praktijkbegeleider. Op Prof. Dr. van der Scheer. Opgedeeld in voor- en achter. Met dokter Deo de Groot als behandelaar en Wim Baas en Leidy Kok als hoofdverpleegkundigen. Met Arie Raven als eerste verpleegkundige en de man die zich met het lot van zijn mensen had verbonden. De mensen waar hij zorg voor draagt. De mensen waar hij zorg voor droeg. Vanuit een geweten. Vanuit zijn religie. Vanuit zijn verantwoording. Vanuit zijn zijn. Met zijn mogelijkheden dienend naar de mensen met een veelheid van beperkingen. Mensen waarbij de verstandelijke vermogens ernstig waren aangetast.
Debielen, imbicielen en idioten die op de achterafdeling achter de gesloten deuren werden verpleegd. Want van een uitgesproken behandeling kon toen geen sprake zijn. Want juist deze mensen waren verdoemd. Of hadden in ieder geval behoorlijk de schijn tegen. En zagen ook vaak niet zoveel. Sporadisch dat zij naar buiten gingen. Want zij hadden werk. Bij Hans Zeldenrust waar zij bergen witte buisjes van een dopje wisten te voorzien. Buisjes die later naar bloemisten gingen. In grote dozen en in nog grotere hoeveelheden. En zij hun trots lieten zien als er weer een berg van die buisjes verdween. En er een volgende berg werd uitgestort. Over de tafel waar ieder die eigen plek innam. Er sporadisch een bezoeker kwam. Want familie woonde of heel ver weg of was er van overtuigd dat zij goed afwaren. Dat hun natje en droogje gegarandeerd werd. En als er al bezoek kwam was dit vaak op verzoek van de afdeling: voor nieuwe kleren. Voor een verjaardag waar zelfs sommigen geen weet meer van hadden. Of voor het verlengen van de machtiging. De Rechterlijke Machtiging die werd uitgeschreven op de twaalf regels in het medisch dossier. Januari: meneer is stabiel; medicatie wordt gecontinueerd. Februari: vertoonde toenemende onrust, medicatie verhoogd tot 4 x 50 mg nozinan. Per dag. Lijkt ten dele aan te slaan. Maart: meneer maakt een sterk gelaten indruk. Handen vertonen toenemende tremoren. Disipal wordt voorgeschreven. Toestand blijft verder grotendeels gelijk. April: naast toenemende onrust heeft de heer een andere patiënt tegen de grond geslagen. Heeft hierna 14 dagen in de isoleer doorgebracht. Medicatie gewijzigd. Naast de nozinan begonnen met sordinol/phenergan. Meneer maakt niet alleen een zeer timide indruk, maar is overdag tot weinig te bewegen. Huid vertoont rode plekken: verpleging geattendeerd op het mogelijke gevaar van decubitus. Enz. enz.
En ik mocht praktijkbegeleider spelen. Mocht mij ook regelmatig verantwoorden bij dokter de Groot. Die geheel eigen ideeën omtrent het vak van praktijkbegeleider naar voren bracht. Ideeën waar ik me niet geheel in kon vinden. Maar het is don ook 1976. En waar de verpleging wachtte op een beweging, was er op die afdeling nog absoluut geen sprake van. Dat moest nog groeien.

Ik moest nog groeien. En dat mag wachten tot morgen. Wachten op vandaag…
Laatste 15 Reacties