rOOd

Voor wat het is. Een constatering. Als mijn oog erop valt. En soms valt dit gelijktijdig. Met het verspringen van een is het zomaar weer een bevestiging. Een bouwjaar. Geboortejaar.
En de mogelijke veronderstelling dat dit een uitstekend bouwjaar is. Of beter gezegd was. Ik liet mij daar ook op voorstaan. De tijd van de onbekommerde jaren die toen nog een aanvang moest gaan nemen.
En de beleving.
Als eerder gememoreerd blijf ik toch de zwart/witten herhalen. Als een roestende tijdgeest. Polygoon. Wereldnieuws. Bioscoop. De Cinema, Rex, Victoria of de Harmonie. Keuze te over. En de stem van Philip Bloemendaal.
Wat een teleurstelling toen hij zijn stem uitleende voor de eerste Metrostellen in Amsterdam. Het aankondigen van stations. Kraak noch smaak. Een feitelijk gegeven. Voorgeprogrammeerd.
Maar je komt hem ook nog weer anders tegen. Koop een gedateerde DVD met een willekeurig geboortejaar tot iets in de jaren zestig, begin zeventig en je zult zijn stem vanuit een ander zijn weer tot je mogen nemen.
Of anders kun je de jongeren daarop attenderen.
Wat dat voor jou betekent. Wat dat met jou doet.
Of misschien alleen maar deed. Dat snoepje van de Gruyter”

Want ieder heeft wat door te geven. Aan de ene kant door het genetisch afhankelijke zijn, aan de andere kant door de ontdekkingen die je deed en die je doet. Iedere dag opnieuw.
Iedere dag als een vervolg op het andere stukje, een herhaling van tijd, een herhaling van de sleur en het stilstaan bij de variant die steeds om dat hoekje gluurt. Een bijzonder stil en vergezicht. Vastgelegd. Zoals de stroom nog steeds het digitale zijn van die wekker weet te continueren. Staat vast en beweegt. Staat stil en draaft voort. Hoewel draven”
En toch komt daar iedere keer weer de herhaling. Van datzelfde gegeven op een ander moment. In rood. Staat het er gekleurd op. Sta ik er gekleurd op. In dat zachte schijnsel. En die kleur: rood. Naast het oranjegeel van de telefoon. Punten. Herkenbare punten. Waar ik mij op ori”nteer. Aan vasthoud. In het duister van de nacht.
Geen sterren noch een maan. En de tijd die blijft verspringen. Tot 1959. Maar in 2000 werd het weer 20.00 uur. Kinderen nu geboren zitten gebeiteld. En voor al die anderen: die weten niet beter. Die hoeven er niet mee te leren leven”
IEDERE
dag
opnieuw
herhaalt zich
mijn geboorte jaar
digitaal;
iedere
dag
opnieuw
is het
13 minuten
voor
8.
Mijn zichtbaarheid in tijd. Mijn zijn in het verleden. Mijn zijn in het nu. Mijn zijn in dit heden. En iedere dag die ik aanschouw, verwonder ik mij over mijn eigen verwondering. Iedere keer dat ik ’s nachts de pot weet te halen, doet zich iets vergelijkbaars voor. Half gapend, hals bewust, half slapend… dan kijk ik even naar uiten, naar de grillen van de nacht. Een regendruppel die zwaar tegen het glas aanleunt. Een geluid van een vogel die zich vergist, het ochtendlicht dat het nog even af laat weten. En kruip ik weer in de bedstee. Althans, ook dat stel ik me voor. Doe mijn ogen dicht en probeer de afgebroken droom weer in mijn geest terug te halen. Kijk even rond en zie het weer in dat nachtelijk duister: rood.

En zolang ik die cijfers zie verspringen”
Laatste 15 Reacties