tempo doeloe


iGer.nl
Dwalen is menselijk. Verdwalen” Nog menselijker! Spoorloos” Een ramp! Spoorloos zijn” Onmenselijk!
Want ik heb wel mooi praten! Het lukt mij iedere keer weer om een pad in te slaan dat ik nog niet heb ingeslagen. Zaken te zien die ik nog niet eerder gezien heb. Of misschien wel gezien maar dan met de intentie van de voorbijganger. Iemand die langsloopt. Gedag zegt. Een knikje aan de ander doet toekomen.
Mijn grootvader nam dan zijn hoed af. En als iemand meer was dan een voorbijganger, een kennis, werd de betrokkene ook nog van een geslachtsnaam voorzien. “Meneer!” ” Mevrouw!” ” Juffrouw!”
Zo loop ik, met de fiets aan mijn hand,” door ‘des Heren dreven.’ Stad en ommeland desnoods. En laat ik namen passeren met de mogelijkheid deze direct weer te ‘skippen.’
Ik ‘skip’ ze dan ook als ik de passer passeer. Of de kompas naald zoek maak. Ik water pas. En ben dan al langs de ziederij gelopen, heb de weverij links laten liggen en wandel door de faktorij. Een wat eenvoudige buurt. Met verkapte appartementen bouw, een raam wat getekend wordt door de gescheurde lappen die een blik naar binnen tegenhouden, planten die het voorjaar wel kunnen vergeten en fietsen die de langste weg wel achter zich hebben liggen. Getekend wordt zo’n buurt. Doet denken aan een getto…
Soms staat daar een huis te koop. Wat later staat er verkocht. En dan gaat mijn kop weer malen.
Wie” Waarom” Wat” Wanneer” Wie” Waarom” Omdat! Volgende week! Volgende maand! Over zoveel maanden!
Maar dan is het allemaal weer anders. Schijnt de zon nog weer wat langer. Dan kleurt de wereld licht. Dan kleur ik licht. Als een dwaallicht tast ik”


iGer.nl
DWALEN
Als ik van deze wereld
dwaal
de pont wel heen
het vliegtuig stijgt
naar hele verre
oorden
de roep,
in mij,
verstomt,
rest
van mij
de
woorden.
Eigenlijk best wel mooie woorden. Maar of ik daar vandaag ook zinnen door weet te vangen is een heel andere vraag. Een vraag die nu opkomt. Terwijl we juist gisteren met acht als getal de lemniscaat probeerden van een inhoud te voorzien.
Uit eten in Ropaja, een Indisch etablissement wat ruimschoots de wortels van een zeker verleden weet te continueren. Indisch eten met een gevoel van tempo doeloe. Een referentie aan die goede oude tijd waarin de zaken liepen zoals ze liepen. En waar geen mens de indruk gaf gehaast door de tijd te worden achterhaald. Het gevoel wat door Tante Lien werd opgeroepen. En waar die Pasar Malam van niet zo lang geleden een rol in blijkt te spelen. Een markt met specifieke geurtjes waar kruiden en specerijen een bijrol in vertolken en waar de simpele boontjes een gevecht aangaan met de ketimoen die bijkans het pleit weet te slechten. Wij waren met elkaar. Verkeerden ook met elkaar.
En de sambal doet denken aan de vijzel waarin kruiden worden geplet. Waarin een veelvoud van schaaltjes ervoor zorgt dat juist die specifieke geuren de fantasie mee op stap nemen.
Waar het tongstrelen wordt uitgeoefend. En waar de pittigheid soms een hoofd- dan weer een bijrol in dit geheel weet in te nemen. Waar zoet het zout lardeert, het zuur met een vleugje bitterheid, de weemoed laat toenemen. En waar niet zozeer de overvloed een hoorn blijkt te zijn. Het is voedsel wat je neemt om te eten. Maar het is juist dit voedsel wat ongekende poorten opent. En waar het vlees, de vis en de groente het geheel tot een grandioze oog en tongstrelend genoegen maakt.
Wat kan een mens zich nog meer wensen” De restjes misschien, die in een kieperton verdwijnen” De restjes”


iGer.nl
En voor die restjes daar ga ik voor!
Weliswaar door dit van ver te halen!