titels
1. Achterblijvers worden doodgezwegen
2. Van verwondering kan ik niet meer spreken
3. Letterlijk figuurlijk dichters
4. Quintessens
5. Punthoofd, bruggenhoofd
6. Gedeelde smart is het halve werk
7. Bekkesluiters
8. Headhunters, eyecatchers en andere barbaren
9. Over leven en steken
10. Buitenstebinnen
11. In zich dat wat ik bemin
12. Moeder’s mooiste
13. Berooid, daarom niet minder
14. Spaghetti en confetti
15. Wiener melange
16. Dagelijkse kost
17. Wisselwachter
18. Telkens een ander spoor
19. Een bodemloze put
20. Papierklips
21. Een palet herinneringen
22. De dag sterft nog voor die goed begonnen is
23. Geen schilder schildert het palet, geen schrijver schrijft een letter
24. Door samen doen gedreven zijn
25. Wat de schrijver schrijft, leest de dichter dicht
26. Waar stomme woorden wachten, speelt levendig mijn fantasie
27. Tempora mutantur, nos et mutamur in illis (de tijden veranderen en wij met hen)
28. Anders ik
29. Herbie, Carbo en Omniforum
30. Ik heb er niet om gevraagd te zijn zoals ik ben
31. IJspegels, druipgrotten en andere lawaaimakers
32. Verbeelding
33. De kunst van het bestaan
34. De ongekende vrouw
35. Berstensvol met leegte
36. Moeder’s aandacht, vader’s kul
37. Eb en vloed
38. Huid van geliefde
39. Liefde kent een bijsmaak
40. Vraag me om woorden
41. Na een diepe winterslaap
42. Soms is mijn wereld zo klein
43. Wat woorden vermogen
44. De dageraad kust steels de nacht welterusten
Waar dit op slaat” Beter de vraag gesteld waar dit op sloeg. Want ooit sloeg het ergens op.
De alternatieven. Van wat uiteindelijk toch ‘Ik ben voor niemand iemand meer’ zou gaan worden.
En dan zijn er nog vele onderweg gesneuveld. Omdat die juist dat ontbeerden wat ze boven de
massa had moeten laten uitstijgen. Toen wij nog met een onbevangen blik tegen de zaken aankeken.
Roel, Henk Jan, Rikkert Jan, Charles en ik. De vijf vaders. Die zich als een literaire club presenteerden.
De Literaire soci”teit Wikken & Wegen, waarbij de bijeenkomsten voorspelbaar waren:
Het Huis met de Pilaren in Bergen. Alwaar momenteel in die contreien het beeld van A. Roland Holst
te bewonderen valt. Alwaar zovele verlichte geesten hun geest nog wat meer mochten verlichten.
Alwaar de Bergense School zich onderdompelde in somberheid.
De droefgeestige tinten van een herfst als uitgangspunt bleven koesteren.
En zorg bleven dragen voor die school. Als tegenhanger van die andere scholen.
Den Haag, Amsterdam als meest bekende. Vooruitlopend op tijdperken die lang omstreden zullen blijven.
Voordat sprake was van een Internationale uitbreiding. Cobra, Berlijn, en alle Franse mannen.
Een enkele vrouw. En dan heb ik het niet over de weelde. Van een Rubens bijvoorbeeld. Die weelderigheid.
Een Mulders, Birza, Koelewijn, Mik, Ayres, Dijkstra, van Warmerdam, Hermans, Preesman, Bade, Manders,
Schitger en een Zandvliet. Om maar eens wat willekeurige namen naar voren te brengen. En een Leijssius.
Maar ook die gebruikt, gelijk H.D. van Dodeweerd, een pseudoniem: Armando.
Laat ik voor vandaag in het midden of deze tekst voldoende aanknopingspunten gaat bieden voor de
bijgevoegde afbeeldingen.
Het is tenslotte weer een derde dag van een andere maand:
waar de tekens in een ander daglicht komen te staan.
De voorzienigheid een hoofdrol speelt en waar we niet veel meer kunnen doen dan lijdzaam afwachten.
Tot morgen maar weer!
Laatste 15 Reacties