winterslaap

Inspiratie. Expiratie. Adem uit en adem in. Inspireer. Expireer. Experimenteer. Implementeer. En als de zaken zijn geïmplementeerd, begin je gewoon weer opnieuw. Herhaling van zetten leidt nu eenmaal nog steeds tot eeuwig schaak. Een herhaling van foto’s kan op niets anders duiden dan dat de plaatser van diezelfde foto’s zich er met een Jantje van Leijen vanaf probeert te maken. Adem in. Adem uit. En als de adem stokt, voel dan of er nog een polsslag te ontdekken valt. Wacht de klap niet af. Begin te reanimeren. Laat gelijktijdig anderen de hulpdiensten contacten. Houd een regelmatige slag vast. Door overluid te tellen zet je een zeker ritme voort. Overhaast je niet. Want het lijkt wel uren te duren voordat er sprake is van professionele hulpverlening. Het heeft er alle schijn van. Veelal is er slechts sprake van een vijf- dan wel zestal minuten. In een enkel geval mogelijk van tien. 112 Daar red je…
Mist. Beperkt zicht. En toch nood die baan tot onverantwoorde snelheden. Je hebt nu eenmaal zo’n snel monster onder je kont en weet nog steeds dat gaspedaal te vinden. Vijftig auto’s die in een ongeluk betrokken raken. Drie mensen op slag dood, vele tientallen gewonden en ruim vijftig auto’s die bij dit ongeval betrokken raakten. Vele tientallen vrachtwagens die personenwagens verpulverden. We zullen het weer lezen. Tenminste, wanneer het proces van kranten drukken en distribueren geen vertraging ondervindt. Zoals de Nederlandse Spoorwegen morgen waarschijnlijk niet over vertraging, maar over 10 minuten of twintig minuten of mogelijk een half uur de toestand op de Nederlandse Spoorwegen zal weten te vermelden. De borden wijzen anders uit. Daar staat gewoon nog vertraging.
Nederland in de mist. Geen sprake dat rook om de hoofden verdwijnt. Veel meer sprake dat mensen dit keer in de mist verdwijnen. Met een niet zichtbare Noorderzon een pakje sigaretten gingen halen en have en goed verloren lieten gaan. Door de rook opeens het licht zagen verdwijnen. Een beeld dat doet denken aan ooit die film met Peter Sellers. Being there. Je afvragen hoe of de oeverkant eruit ziet. Zou het gras daar nog steeds veel groener zijn” Dat kan haast niet anders. Gelijk dat vermeende gras van de buurman. Hoewel ook daar sprake kan zijn van een voortschrijdende mosaanplant. Wel lekker zacht, maar geen sprietje meer te vinden. Dus ook geen nagelschaartje wat node gemist wordt. Engels gras. En de kniesoren die vallen over dat enkele sprietje dat de knip heeft doorstaan. Terzijde echter.
Ook zondag kun je beleven. De uitnodigende advertenties die in de zondagbladen zijn verschenen en ons proberen massaal de kerstsfeer in huis te halen. Een kunstboom die de komende plaag van naturale bomen probeert voor te zijn. Verleidelijk staat te wezen. Met led-lichtjes. Uiteraard met led-lichtjes. Die van dat kunstmatig blauw-wit ijskoud licht weten uit te stralen. Waar de warmte als het ware verloren is gegaan. Die gloed van dat gele. Dat behaaglijke. Dat warme licht waarin mensen zich koesteren. Zich als het ware verwarmen tegen de kilte van de huidige maatschappij. En waar ik me ook volledig in kan vinden. Me als het ware aan overgeef. Of liever gezegd: me daar volledig aan zou willen overgeven.
Zo werken de dingen niet. In mijn gedachten echter wel. Af en toe betrap ik me er weer op dat die winterslaap, naar mijn idee, ongekende momenten in zich bergt. Je gaat met een volgevreten pens ergens in een hol liggen, teert in op je vetreserves, zet je systeem in de slaapstand, snurkt wat, draait wat, komt allengs steeds beter in je vel te zitten en voor je het goed en wel beseft is daar dat eerste schuchtere zonnestraaltje dat je ogen liefkoost. De vraag of je wakker bent dan wel droomt, laat je voor wat deze is. Behaaglijk rek je je eens uit. Voorzichtig spreidt je je mond en staat er versteld van welke luchten zich om je heen ringen. Want een lucht die omringt, zegt gelijktijdig iets van de afgelopen tijd. Je hebt nu eenmaal niet alle tijd met de mond dicht geslapen. Wanneer je een aantal keren met je kop hebt geschud, doe je een eerste voorzichtige poging de ledematen te strekken. Bloed begint wederom te stromen. Langzaam komen de inwendige systemen weer tot leven. De natuur heeft het verloren dek onder een maagdelijke witte deken verstopt. Gelijktijdig begint het eerste groen, in de vorm van een sprietje, voorzichtig het maagdelijk wit te klieven. Voor je er goed en wel op bedacht bent, komt een Engelsman in beeld. Met in zijn hand een nagelschaartje. En waar jij van plan was het voorjaar uitgebreid te gaan begroeten, kan het haast niet anders dan dat je, voorlopig, nog even de ogen sluit.

Naar achteraf bleek voor eeuwig!

P.s. gewoon een verhaaltje voor bij de zondag!