Mensen.
Eerlijk of niet eerlijk, de strijd is beslist. Wanneer de ander wordt gekozen en de een heeft meer stemmen dan die ander, zou je haast denken dat… maar zo werkt het niet in dat verre land. Of je nu de Grote of de Stille adoreert, de bekvechter of de zwijger die wijselijk zijn mond houdt, de nitwit dan wel de geniale, er is altijd wel iets op aan te merken. En wanneer dit niet het geval is, dan zal het mogelijk niet anders zijn dan dat het is. De uitkomst, de peilingen en de beloftes die doen denken aan de worsten die de HEMA geregeld in de aanbieding heeft. En wanneer die aanbieding uit de hand loopt de verontschuldiging dat men dit niet heeft voorzien. En dat terwijl een groot deel van de bevolking niet veel meer te wachten staat dan zich te laten ringeloren door hen die de macht bezitten. Of die zich een bepaalde macht hebben toegeeigend. Waardoor het overgrote deel van die eerder genoemde mensheid niet veel beter weet te doen dan te zwijgen. De kastanjes daar laten waar ze zijn: het vuur. Want de kans dat je je handen verbrand is navenant groot. Ook ik ben geregeld nieuwsgierig hoe zaken aflopen. Probeer me daar aan de ene kant aan te onttrekken, maar de andere kant kan ik er toch niet aan voorbij gaan. Ook ik maak deel uit van het grotere geheel en de kans dat mijn stem doorslaand zou kunnen zijn, die kans laat ik me niet ontnemen. Tegen alle beter weten in, tegen soms de stroom die zo verleidelijk is om in mee te gaan, tegen de mogelijke hoop die elders verblijft om niet veel later de bodem te worden ingeslagen. Het zijn niet alleen optimisten die hun einde in de kist pas laten varen, het zijn niet alleen pessimisten die de hoop dat hun einde voorbij hebben zien gaan, het zijn niet alleen de realisten die zich bij een gegeven situatie neerleggen. Het zijn en met dat zijn zullen sommigen in het reine komen, terwijl anderen met de moed der wanhoop door blijven gaan. Geregeld tegen beter weten in, maar nimmer aflatend. En terwijl ik deze woorden schrijf, raadpleeg ik een boek. Dames en Heren, is de titel van een boek dat aandacht besteed aan het werk van Marius van Dokkum. Rob Visser schrijft in zijn voorwoord SCHONE SCHIJN het volgende:
‘Met milde blik beziet Marius van Dokkum de werkelijkheid. Eigenlijk ontleedt hij die. Dat is zijn geheim of beter zijn charisma. Daarover uitweiden doet hem wellicht tekort. Toch maar een poging” Allereerst moet je hem kennen. Verlegen, bescheiden, kwetsbaar maar tegelijk eenduidig, indien nodig doortastend en vlijmscherp. Die eigenschappen leiden tot een wonderlijke combinatie van humor en ernst. Want dat zit in zijn hele werk. Hij wil zeker niet preken of kwetsen, maar hij legt wel de vinger bij de zere plek. Ontroerend en onthullend. Ik neem u mee naar zijn werk. Ziet u het goed” Herkent u die ander en herkent u zichzelf” Heel eenvoudig en dat is iets geheel anders dan simpel legt hij ons leven bloot.’
Marius van Dokkum staat naast een ander boek: ‘een valies vol dromen’, geklemd tussen dat ene andere boek: ‘herdenken op klein formaat’ Het eerste boek gaat over reizen, het andere over postzegels. Soms zijn het de verbeeldingen die met ons aan de loop gaan, op een ander moment maken we ons druk om niets. Heeft het veel weg van kinnesinne, dan weer speelt een optimale vorm van onuitgesproken jaloezie een rol. Mensen, je kunt er niet genoeg van krijgen, je kunt er niet genoeg naar kijken en op een dag…
Laatste 15 Reacties