konst
Velen wagen zich er niet aan om een winnend team te gaan veranderen. Veelal ook terecht.
Zo maak ik nog steeds gebruik van een modus die zich, vanuit andere omstandigheden, tot op heden
op eenzelfde manier presenteert als een x aantal maanden geleden.
Een praatje om niets, een aandachtspunt en dan de lettertjes op het einde wat een verleden doet vermoeden.
Een plaatje erbij, van een datum voorzien en hop, daar gaat weer een bijdrage de lucht in, in de hoop dat
vele anderen hier lucht van krijgen. Dat er anderen zijn die hier lucht van hebben gekregen blijkt iedere
keer weer aan de smaakvolle reacties die mij dan weer ten deel vallen.
Zo blijft, in zekere zin, een bepaalde beweging in stand en zijn het juist de overwegingen dan wel
afwegingen die de ander doen besluiten hier kennis van te nemen.
Zo maak ik nog steeds gebruik van een modus die zich, vanuit andere omstandigheden, tot op heden
op eenzelfde manier presenteert als een x aantal maanden geleden.
Een praatje om niets, een aandachtspunt en dan de lettertjes op het einde wat een verleden doet vermoeden.
Een plaatje erbij, van een datum voorzien en hop, daar gaat weer een bijdrage de lucht in, in de hoop dat
vele anderen hier lucht van krijgen. Dat er anderen zijn die hier lucht van hebben gekregen blijkt iedere
keer weer aan de smaakvolle reacties die mij dan weer ten deel vallen.
Zo blijft, in zekere zin, een bepaalde beweging in stand en zijn het juist de overwegingen dan wel
afwegingen die de ander doen besluiten hier kennis van te nemen.
Ook nu laat ik niet na om bepaalde sporen achter te laten. En door die sporen kan ik weer op een pad terecht
gaan komen dat mij aanspoort om eens vanuit andere hoeken naar zijn en onzijn te gaan kijken.
Onzijn bestaat niet dus ruil ik dat weer in voor een bepaalde mate van minder zijn.
Want dat maakt veel andere dingen weer mogelijk. Minder zijn wordt mogelijk gekoppeld aan een situatie die,
vooreerst, een bepaald maximaal zijn vooronderstelde. Niets is echter minder waar.
Er is sprake van een constant zijn waarin hooguit de mate van bewust zijn een wezenlijke rol kan gaan spelen.
Maar ook een bewust zijn kenmerkt zich door beperkingen, gezien het feit dat emoties een rol kunnen gaan
spelen in dit bewuste zijn. Is er sprake van een bepaalde mate van droefenis heeft dit zeker invloed op dat
bewuste zijn. Zo er echter sprake is van en gevoel van tevredenheid dan wel geluk, grote kans dat dit het
geheel van bewust zijn een glans meegeeft die feitelijk afbreuk doet aan de realiteit.
Een gevoel van welbehagen tot gevolg heeft en daar een bepaalde situatie aan vastgekoppeld kan gaan leiden
tot een zeker geluk. Dat dit gegeven door die samenloop dan weer kan leiden tot een andersoortige ervaring
lijkt mij, voor zich, te spreken. Eenieder kan dit gaan bedenken; indien dit nog niet wetenschappelijk is
onderzocht en door bepaalde statistieken met daaraan gekoppelde percentages, zal erkenning van dit feit
geenszins plaats gaan vinden…
gaan komen dat mij aanspoort om eens vanuit andere hoeken naar zijn en onzijn te gaan kijken.
Onzijn bestaat niet dus ruil ik dat weer in voor een bepaalde mate van minder zijn.
Want dat maakt veel andere dingen weer mogelijk. Minder zijn wordt mogelijk gekoppeld aan een situatie die,
vooreerst, een bepaald maximaal zijn vooronderstelde. Niets is echter minder waar.
Er is sprake van een constant zijn waarin hooguit de mate van bewust zijn een wezenlijke rol kan gaan spelen.
Maar ook een bewust zijn kenmerkt zich door beperkingen, gezien het feit dat emoties een rol kunnen gaan
spelen in dit bewuste zijn. Is er sprake van een bepaalde mate van droefenis heeft dit zeker invloed op dat
bewuste zijn. Zo er echter sprake is van en gevoel van tevredenheid dan wel geluk, grote kans dat dit het
geheel van bewust zijn een glans meegeeft die feitelijk afbreuk doet aan de realiteit.
Een gevoel van welbehagen tot gevolg heeft en daar een bepaalde situatie aan vastgekoppeld kan gaan leiden
tot een zeker geluk. Dat dit gegeven door die samenloop dan weer kan leiden tot een andersoortige ervaring
lijkt mij, voor zich, te spreken. Eenieder kan dit gaan bedenken; indien dit nog niet wetenschappelijk is
onderzocht en door bepaalde statistieken met daaraan gekoppelde percentages, zal erkenning van dit feit
geenszins plaats gaan vinden…
Want wat is het geval” Eerst een complimentje dan de boodschap.
Reclames over gezond leefgedrag hebben een beter effect als de consument eerst een complimentje krijgt.
“Laat mensen denken over iets wat ze goed kunnen en ze zijn meer geneigd om hun ongezonde gedrag
aan te passen”, zei psychologe Suzanne Pietersma gisteren. Deze maand promoveert zij aan de RUG
(Rijks Universiteit Groningen). “De huidige boodschappen van instellingen als SIRE en Postbus 51
geven kijkers vaak het gevoel dat ze stom bezig zijn en dat ze daarom hun gedrag moeten veranderen”,
aldus Pietersma. Volgens de psychologe hebben de campagnes hierdoor minder kans van slagen.
“Zij kijken of luisteren misschien wel naar de boodschap, maar hij komt niet binnen.”
Pietersma voerde voor haar promotie elf onderzoeken uit, waarbij zij de reacties van een paar
honderd proefpersonen bekeek.
Mensen willen zich goed voelen over zichzelf, was een van de belangrijkste conclusies.
“Als instellingen als SIRE en Postbus 51 het kleine trucje van het kleine complimentje toepassen en
pas daarna vertellen hoe het beter kan, hebben de boodschappen waarschijnlijk veel meer effect”,
denkt Pietersma.
Reclames over gezond leefgedrag hebben een beter effect als de consument eerst een complimentje krijgt.
“Laat mensen denken over iets wat ze goed kunnen en ze zijn meer geneigd om hun ongezonde gedrag
aan te passen”, zei psychologe Suzanne Pietersma gisteren. Deze maand promoveert zij aan de RUG
(Rijks Universiteit Groningen). “De huidige boodschappen van instellingen als SIRE en Postbus 51
geven kijkers vaak het gevoel dat ze stom bezig zijn en dat ze daarom hun gedrag moeten veranderen”,
aldus Pietersma. Volgens de psychologe hebben de campagnes hierdoor minder kans van slagen.
“Zij kijken of luisteren misschien wel naar de boodschap, maar hij komt niet binnen.”
Pietersma voerde voor haar promotie elf onderzoeken uit, waarbij zij de reacties van een paar
honderd proefpersonen bekeek.
Mensen willen zich goed voelen over zichzelf, was een van de belangrijkste conclusies.
“Als instellingen als SIRE en Postbus 51 het kleine trucje van het kleine complimentje toepassen en
pas daarna vertellen hoe het beter kan, hebben de boodschappen waarschijnlijk veel meer effect”,
denkt Pietersma.
‘…hebben de boodschappen waarschijnlijk veel meer effect…’
stelt Pieterma als conclusie vast en houdt daarmee een slag rond de arm. En dat vind ik weer mooi.
Omdat de verandering die zij vooronderstelt weer een andere psycholoog in de gelegenheid stelt om op deze waarschijnlijkheidsconclusie te gaan promoveren. En zo blijft de verandering niet alleen niet onopgemerkt
maar maakt juist deze zinsnede duidelijk dat veranderen in dat kleine verschilletje verscholen ligt.
En dat zorgt er weer voor dat juist een winnend team met een kleine verandering…
Omdat de verandering die zij vooronderstelt weer een andere psycholoog in de gelegenheid stelt om op deze waarschijnlijkheidsconclusie te gaan promoveren. En zo blijft de verandering niet alleen niet onopgemerkt
maar maakt juist deze zinsnede duidelijk dat veranderen in dat kleine verschilletje verscholen ligt.
En dat zorgt er weer voor dat juist een winnend team met een kleine verandering…
VERANDERING
Niet dat het
sporen
achterlaat
de verandering,
je ogen lachen
merkbaar
minder
uitgelaten
zichtbaar
voor degeen
die hier oog
voor heeft;
voor de
kleppenkijkers
is er niets…
gelijk ballen over het geheel genomen rond zullen zijn kan ik me goed voorstellen dat juist
een ronde bal bij een rugby team de spelers en de toeschouwers verbijsterd zal doen staan…
Laatste 15 Reacties