IAMsterdAMI

Mokum. Stad van de zon. In het licht. In het zonlicht, met geuren die doen denken aan wiet. Het is wiet wat er geurt. In de Warmoesstraat. Op de Nieuwe Dijk. In de buurt van de Martelaarsgracht. Of stomweg onderweg. Want gerookt wordt er. Gedronken in de diverse etablissementen. Buiten noodt niet direct uit. Geen wind; desondanks blijft het onder her vriespunt. Zeker zeven graden onder nul. Met zon. En hele volksstammen gehuld in aangepaste kleding. Alleen berenmutsen komen niet voor. Zal wel te maken hebben dat het merendeel voor die tijd geschoten werd. De huiden verkocht en de restanten in de uitverkoop. Iedereen houdt sale. Tot wel 70 procent. Waar de nieuwe collectie op dit moment bivakkeert… ik heb er geen notie van. Waarschijnlijk onderweg van Milaan over China in containers onderweg naar Antwerpen. Om daar overgeladen te worden richting Rotterdam. Vandaar naar de landelijke verdeelcentra en voor je het goed en wel beseft hangt in iedere winkel behorend tot een keten de voorspelbare Trosdoorsnede. De vertrossing die gelijk opgaat met de vertrutting. Ofwel Henk en Ingrid die het populisme aan alle kanten inhoud weten te geven. Tenminste, dat idee krijgt bij mij steeds meer voeten aan de grond. En vandaag stond ik terdege met beide voeten op profiel in de sneeuw. Of het papwerk wat daar vandaag voor door ging.


Papwerk” Winkels vol met sneeuwtroep. Karton dat probeert het vuil en het drek op te zuigen. Mensen die onderuit gaan. Door metaalwerk dat de gladheid nog glibberiger maakt dan dat ijs en sneeuw voor elkaar weten te krijgen. Gaat de een onderuit in een onverwacht ogenblik, weet de ander zich niet langer staande te houden en glibbert onverschrokken op zijn rug. Terwijl hij plat blijft liggen, gaan zijn handen hulpeloos de lucht in. Wij assisteren. Gedrieën helpen wij hem omhoog. Horen zijn woorden aan. Beseffen dan dat hij Engels spreekt. Geschrokken waarschijnlijk. Niet veel later lopen wij door. Langs de Drie Fleschjes. Tip van Bootz. Een proeflokaal waar ik in het verleden weleens een kelkje mocht wegdrinken. In de tijd van Vinke & Co. Mijn Amsterdamse tijd. De Sherrycan waar mijn Zilvervloot het onderspit dolf. Of delfde. Dielf desnoods. Maar dat kan weer niet. Wat wel kon was niet veel later de happeningen van Robert Jasper Grootveld. Rond het Lieverdje. Het Spui. In een andere tijd. Onder andere omstandigheden. Tijd. En mijn beperkte schoonheid om dit vast te leggen. Het toestel waarmee ik vastleg, begint wat eigenwijzigheid te vertonen.


Dit keer wat minder tekst en wat meer plaatjes. Impressies van een grote stad. Gebouwd op palen. Waar Chet Baker zijn ‘Waterloo’ vond. Op 13 mei 1988. Hij viel uit een raam op de tweede etage van hotel Prins Hendrik, na wat middelen gebruikt te hebben. Zijn voorkeur ging uit naar horse en cook. In de zuivere betekenis van die woorden. Of hij ook dacht dat hij op de Zeedijk paard kon gaan rijden” Wat zullen zijn laatste momenten zijn geweest” Hoe heeft hij even daarvoor zijn leven aan zich voorbij zien trekken” Of is het een eindeloze roes gaan worden” Een eindeloze reeks van vragen die hij de ruimte in blies” Blies hij zijn eigen blues”

Een herinneringsplakette hangt aan de muur. En die foto nam ik vandaag. Vanwege het feit dat ik dit de vorige keer heb nagelaten. Toen…
Laatste 15 Reacties