arbeid op dier en dag
In zekere zin verricht ik arbeid. In absolute zin kan er sprake zijn van scheppend werk. Dat klinkt pedant en dat is ook zo. De pedanterie speelt, in niet geringe mate, de boventoon. Want al weet ik niet direct wie de ander is, kan het haast niet anders, dan dat die ander zich manifesteert als een willekeurige voorbijganger. Ook dat valt niet direct om te buigen. En dat doet mij dan weer deugd. Laat mij doorgaan op de weg die ik ooit ben ingeslagen. Toen nog niet op de hoogte van het mogelijke onheil dat mij, gelijk dat zwaard, boven het hoofd hing. Toen, in eerste instantie, meer om mijn frustraties een uitweg te bieden. Waar ik op dat moment, niet geheel bewust, wel degelijk last van had. Of, eufemistisch gezien, hinder van ondervond. Ik aan de vooravond stond van al dat broddelwerk wat mij, in tijd gezien, op de been hield. En wist te houden.

En nu ben ik nog steeds bezig met werk. Er is echter geen sprake van een ‘zweet des aanschijns’ waarin ik mij wentel en koester. Ik kan zelfs niet spreken van een wentelen. Want dat veronderstelt een draaiing , terwijl er van een mogelijke draaiing totaal geen sprake kan zijn. Althans niet in de mate waarin ik een draaiing veronderstel. Die van een pirouette. Niet de eenvoud waarmee de aarde weet te wentelen. Die draaiing zou mij totaal verstoren. Gek maken als het ware. Zou de reden kunnen zijn het bijltje erbij neer te gooien. Maar dat heeft dan veel weg van ten einde raad zijn. En dat ik ten einde raad zou kunnen zijn, gaat dan weer mijn eer te na. Laat staan dat ik daar voor uit zou komen. Ik kijk wel uit!

Stoere praat in zekere zin. Maar achter die stoere praat gaan geregeld sombere gedachten schuil. Gedachten die ik wel heb maar liever niet uitspreek. Gepaard als zij zijn aan mijn existenti”le levensvragen. Vragen die mij wel beroeren maar die menigeen met mij, voor zichzelf weet te houden. Vragen omtrent de zin van leven. Tenminste vragen die, in die zin zijn onder te brengen. Het nirwana wat ons wordt voorgehouden en de weg waarlangs dit te bereiken. Het heeft dan weer veel van de dingen los te laten, het aardse als het ware te ontstijgen, materie te laten voor wat deze is, tranen het dal te laten bevloeien en de hoop uit te spreken dat juist deze instelling de vloed zal weten te keren.
Er geen zin meer in hebben. De lusteloosheid die toeslaat optimaal de gelegenheid te bieden. Het mogelijke destructieve wat een rol speelt maximaal de ruimte te geven. En de ledigheid de ruimte te laten vullen. Misschien zijn gedeelten van mijn bevindingen pareltjes, alleen nodigen zij niet voldoende uit. Misschien wil ik wel voor allen heten, maar heb ik dat eerste deel uit het oog verloren: voor wie mij lief heeft. Zo wilde Neeltje Maria Min zichzelf zichtbaar en kenbaar maken. En weet ik niet zo goed of ik mezelf ook zo zichtbaar zou willen maken. Kenbaar misschien wel. De zichtbaarheid wat verder weg. Daar waar horizon en lucht onopgemerkt in elkaar overgaan. Voor zover er sprake kan zijn van een overgang. Het accent te leggen juist op die overgang veroorzaakt mogelijk veranderingen. En stel je nu eens voor dat ik ontvankelijk ben juist voor die verandering” Geef ik dan schielijk aan die draaiing toe” Of laat ik, juist in dat moment, het tranendal vullen”
Ik weet het niet! Weet wel dat het mij beroert. En dat maakt het in mijn geval nog weer wat beroerder. Woorden! Ik kan ze beter laten voor wat ze zijn. Voor later, als het niet alleen maar overdenkingen zijn.

Neen, dan is het eigenlijk veel makkelijker om stil te staan bij 4 oktober: werelddierendag. Kan ik volstaan met het volgende: Tatum, Tino, Mylo tot twee keer toe, Diamant, Sico, Saartje 1 & 2, Scooby, Lotje, Chera, Quincy, Spikey, Joep, Roxy, Donder & Bliksem, Gijs, Koen, Baloe, Max, Doeny, Dushi, Mindy, Boris, Puck, Nathan, Saar, Disy, Benthe, Elfie, Mimi en Moos, Sntos, Diego , Nima, Dexter en al die niet genoemden. Een extra kluif, een extra bakje Gourmet of Whiskas, een extra aanraking, knuffel of een haal en morgen…

weer overgaan tot de orde van de dag! Hoewel…
Laatste 15 Reacties