BUCH

20090928-1254168144N1009veere409

Po”ten. Poeten die de plaat poetsen. Want eenieder probeert het een en ander uit. Op klank. Op metrum.
Op naaktheid. Zoals de takken van een boom in herfsttooi. Of beter gezegd in winterstand. Zoals ooit
Jan Arends dichtte. Of Achterberg die door woord, klank en inhoud met de lezer aan de loop ging.
Een Rawie. En de kortgeleden overleden Vinkenoog. Een Lucebert.
En de spelerijen van een Willem Wilmink.
Tekstdichter en liedcomponist. Noem het Spielerei. Zoals ooit John O’mill vele hoofden wist te raken.
Of de harten die door liefde is tot grote bloei konden komen. Want ook daarin gaat veel po”zie verscholen.

Vandaag staat wijlen Boudewijn Buch op het programma. Omdat ook deze menspersoon allereerst met po”zie
aan het werk toog. En niet veel later tot de ontdekking kwam dat dit werk weinig lonend was. Tenminste,
niet met de onsterfelijke regels die een Bloem dan wel een Neeltje Maria Min tot zijn of haar beschikking kreeg,
en daarmee Nederland en de schone kunsten als in een testament iets weet na te laten.
Boudewijn waarnaast wij ooit in Amersfoort in een t”te ” t”te zijn komen te verkeren. Tijdens een boekenbeurs
die ruimte bood voor debutanten dan wel mensen die het in hun hoofd haalden om, veelal op eigen kosten,
met bundels naar buiten toe op te treden. ‘Ik ben voor niemand iemand meer’ lag naast
een vijftal bundels van Boudewijn die heel fijntjes memoreerde dat het schrijven van een boek heel wat
beter loonde. In alle jaren dat zijn bundels op de markt waren verschenen hadden de ongekende verkopen
hem een royalties opgebracht waar hij twee glazen bier voor kon kopen. Niet veel later debuteerde hij.
Met dat boek. En werd wereldontdekkingsreiziger met een speciale voorliefde, niet alleen voor die
Kleine Blonde Dood dan wel het Dolhuys, maar met name voor de Dodo. Uitgestorven.
En een van de laatste botjes van dit bijzondere exemplaar bevond zich in het bezit van Boudewijn.
Wat, na zijn dood, in een bijzonder kastje momenteel in het Teylermuseum in Haarlem te bewonderen valt.

Op Boudewijn schreef ik ooit een stuk. Geenszins een klaaglied maar meer een verhaal waarin ik mijn
onkunde onder de vleugels van Boudewijn Buch probeer te verschuilen. En ik denk dat dit mij gelukt is.
Niet netjes maar wat typeert de mens niet meer dan dat een zekere onkunde vaak in het duister
verborgen ligt. In dat licht gezien moet het mij verder van het hart dat, juist door deze gedeeltelijke
bekentenis, het ook weer wat opluchting schenkt zodat mijn voorstel voor vandaag gaat luiden:
Wat wil JU kwijt opdat JUW hart wat vergelijkbare ruimte krijgt” Schroom niet!
Weet dat dit medium niet zo gelezen wordt als dat de veronderstelling reikt.
En dat zal, gezien het aantal reacties best wel spannend zijn en ook wel spannend blijven!

OP BUCH

Het is mijn
pedanterie
gekonkel
met de muze
onsterfelijkheid

die ik zoek
door het spelen
met de toetsen

licht op
het heilig
beeldscherm
geeft

geen eigen
teken
dat ik aan
papier

toe
vertrouw.

20090928-1254168309N2709alien1137

En” Het lucht op, niet”