Het sparen van…
Geregeld sta ik versteld van de Nederlandse Taal en de daarbij van toepassing zijnde gezegdes. Neem nu een varken dat gewassen wordt om haren die fijn worden uitgekamd, dan wel de plaat die glimt nog eens wordt gepoetst. Of mantels die worden uitgeveegd of wind dat wordt gezaaid. De fijne kneepjes die worden aangeleerd en de schoen die passend wordt gemaakt. Of iets aan dan wel in de wilgen hangen, waarbij blijkt dat juist die wilgen zijn geknot. Er niet om malen zolang je niet tot aan je kuiten in de klei vertoeft. Het spoor desnoods bijster raken terwijl er geen haan is die kraait. De katjes in het donker knijpen maar daarom niet getreurd. Gisteren was het aswoensdag en zal een belangrijk deel van gezegden in voorgaande dagen in daden zijn omgezet. Kan er op termijn sprake zijn van berouw hetgeen zich veelal voordoet na de zonde. Gods water zal wel weer over vele akkers gevloeid zijn en mogelijk kan de Kerk zich op termijn verheugen op de nakende geboortegolf. Hooguit staat de uitspraak ‘laat de kindertjes tot mij komen’ in een kwaad daglicht. Maar dat is van een ander chapiter, van een totaal andere orde. En met die orde heb ik niets van doen.
Een daggie Utrech’. De stad waar, volgens Coulier maar een dom is. De Dom dewelke zich laat beklimmen en die ik 1 keer in mijn leven beklommen heb. Toen nog niet in mijn huidige bezit: mijn Canon. En met dat Canon zal ik morgen zorgvuldig dienen om te gaan. Wat dat betreft weet ik mij aan banden gelegd. Vrijwillige banden weliswaar, maar dan nog. Zorgvuldigheid is een ding en het schoppen tegen schenen mogelijk het andere… voorzichtigheid is in deze geboden. Het stomweg een kwestie van de kool en de geit sparen!
Laatste 15 Reacties