Jan & Magritte


Ceci.n.est.pas.Ren..Magritte.01
Het kan zomaar anders zijn. Of over zijn. Daar wil ik even vanaf zijn. Na een driemalig zijn en een vierde in de herhaling,lukt het mij vast om weer wat wartaal naar voren te brengen. Want de quote waarmee ik huiswaarts keerde, luidde als volgt: morgen kan het gebeuren hetgeen de vraag oproept wat daar vandaag aan vooraf gaat. Met een forse tegenwind, waarbij de temperatuur zich rond het nulpunt bevindt een uitstekende vraag om de gedachten niet te laten lijden onder de kou die mijn voorhoofd geselt. Nu valt ook dat wel weer mee, maar stel ik mij bepaalde zaken dramatischer voor dan ze in werkelijkheid zijn. Waardoor een volgend zijn wederom een opwachting maakt. Ach, ook dat heeft wel wat, net zoals al die andere zaken die wel wat hebben…
Neem nu het woord goedertierenheid. Wanneer je daar een extra d aan toevoegt, word je door Word gecorrigeerd. En toch vind ik die extra d wel weer wat hebben. Vraag mij niet direct wat maar het spoor dat ik vandaag volg, lag in het feit dat greis zich niet direct als grijs liet verstaan. Greis waarschijnlijk afkomstig van het bekende ‘eminence grise’ waarbij het Frans in zekere zin een vluchtige verwondering wist op te roepen. Qua klank maakt het immers niet uit en de opmerkingsgave van een gemiddeld persoon zal daar ook geen last van hebben. Net als bij weiden zal ik daar niet te lang bij stil blijven staan! Spelen met taal. Ik heb daar nu eenmaal een handje van. Gelijk ook mijn vrije associaties niet direct door anderen worden begrepen. Ik vraag nu eenmaal niet direct om begrip, hoewel een zeker onbegrip mij niet altijd deugd doet.
Neen, dan kan ik beter melding maken van het feit dat Jan vandaag jarig is. Dat ik mezelf gelukkig prijs dit nog levend mee te kunnen maken, waar het anders gelopen had kunnen zijn. Afgelopen. Maar dat is van een geheel ander kaliber, gelijk het kaliber waar Charles mij mee confronteerde. Een werkje dat Magritte waarschijnlijk deugd had kunnen doen, ware het niet dat die het tijdelijke reeds lang voor het eeuwige heeft ingewisseld. Het mens van alledag te zijn mij nog steeds niet alleen weet te boeien, maar ook blijft intrigeren. Intriges maken nu eenmaal deel uit van het menszijn, in casu mijn menszijn. Zo ook een werkje dat ik va Kees Oosterbaan mocht ontvangen. En zo kabbelt mijn leven wat voort. Het ene moment in Amsterdam, het andere moment in Wijk aan Zee, een derde moment in Beverwijk en een vierde moment op een verlaten perron in Alkmaar. Waar treinen rijden volgens een andere tijdsbalk en waar de aansluiting het geduld van de reiziger op proef weet te stellen. Waar dit keer nog geen bussen hoeven te worden ingezet. Daar draait het vandaag wat om. In de regel om niets, hooguit bij de uitzondering gaat het pas verschillen…