oer

20091107-1257625902N1610herfst510

Bijzonder dat Robert Jan verder gaat op het moment dat weemoed mij de mond wist te snoeren.
Bijzonder ook dat zijn woorden precies die omschrijving verwoorden, waar ik naarstig naar op zoek was.
Dan kan er sprake zijn van een soort van universele uitwisselbaarheid: het moment waarop zonder enige
onderbreking het gedachtespoor van de “”n, een vervolg kent bij een ander. Juist dan is er sprake van
de ultieme overeenkomst tussen mensen. Maar zoals ik het stel klopt het natuurlijk niet helemaal.
Want er is sprake van een ongekende verbinding. Bijvoorbeeld door de glasvezel en de satelliet die
mogelijk rollen in dit geheel weten te spelen. Ongekende rollen. Mogelijk gebruik maken van licht.
Van andersoortige atomen. Van raderen desnoods.
Maar vooral van het gegeven dat actie geregeld een reactie uit kan lokken.

Gelijk ook stemmingen een sluier van de herfst kunnen vertolken. Alsof de gramschap van een bepaald
moment of een tijdsperiode een stempel op het geheel weet te zetten.
En of dat dan weer een waarheid in zich bergt is dan weer een vermaledijde vraag.
Een vraag die mij enigszins bezig houd. Op dit moment. En waar ik de weersomstandigheden een zekere
rol in laat spelen. Terecht” Maar ook dat is een bijzonder lastig te beantwoorden vraag. Voor zover dit zich
als vraag laat stellen. Of beter misschien als vraag laat opdienen. Want het heeft iets weg van de geuren
van de herfst. Dat typisch aardse. Wat tegen die oergeuren aanschurkt. Truffels. Het adellijke van die
geschoten haas. En de kleuren die zich dan gaan manifesteren. Roestbruin, het rood en geel, het groen en
die zweem van bederf. Waardoor het groenig neigt naar lichtspiegels. Althans, stel ik me voor.

20091107-1257626141N1710herfst552

En dat heeft dan weer invloed. Op mijn inspiratie. Op dit moment. Wat dan weer te wensen overlaat.
Dus verslinger ik mij maar in een thriller van de hand van Mo Hayder. En is de elektrische onderdeken
vindbaar in mijn bed. Om die vochtigheid te verdrijven. En ik me realiseer dat ik weer een dagje ouder
ben geworden. En me stomweg overgeef aan de impact van mijn medicijnen.
En dat gevoel van overtolligheid. Wat aan de randen van mijn bewustzijn knaagt.
Maar mogelijk ook nergens op slaat. Een dipje dan” In zekere zin kan ik me daar wel wat in vinden.
Maar ook weer niet. Omdat ook jaloezie zich mogelijk een plaatsje weet te verwerven.
Omdat het toch ook wel wat onheus heeft. Geen werk meer.
Geen grappen op het slappe koord van onbegrepenheid. Geen serieuze aandacht.
Voor een onderwerp dat zeker de moeite waard is. Over leven. Over ziek zijn. Over beter worden.
Over dood. Of over afscheid nemen.

Of stomweg over niets. Gewoon geleuter voor de leut. Slap zitten en dom praten en opeens is daar
dat moment: waarop JU serieus de diepte ingaat. Je vergelijkt. JU vergelijkt met anderen.
En daar een waarde aan weet te hechten. Een waardering. Van mogelijk een ander.
Want zelf waarderen vraagt een bepaalde mate van objectiviteit en de vraag of
een subject objectief kan zijn…”!
STORMACHTIG

De wind wolkt door de
kale takken van gebeemt’
huilt, vloekt, zucht en
tracht vat te krijgen
op de taaie buigzaamheid
waarbij de kracht van
rekbaarheid telkens
wordt gemeten.

Geen passender ontmoeting
dan deze wezenlijk verschillende
elementen en hun zichtbaar strijd.

20091107-1257626372N1710herfst543