Partners in crime


Soms werkt het wel. Vaak ook niet. Als het niet werkt,wil dit niet zeggen dat er niet wordt gewerkt. Niet zichtbaar werken is ook werken! Tussen de schermen bijvoorbeeld, achter de coulissen, in een of ander bedompt magazijn, tussen de lakens, achter gesloten gordijnen, in een niet zichtbare keuken, aan de andere kant van de lijn. Desnoods tussen de lijnen. Daar gaat het niet om dit keer.


Gisteren was het voor veel mijn collega’s hard werken. Het oog door de zoeker, de vinger gespannen op de knop, de juiste lichtinval bepalen, iso waarde koppelen aan het gebruikte diafragma, de speciale hoek uitkiezen om juist die ene, opvallende hoek van inval te koppelen aan een voortijdig voorkomen van de hoek van uitval. Het model zodanig modelleren dat dit recht doet aan de veronderstelde compositie in de vooronderstelde lijn der verwachtingen. Het oog van de meester die zijn blik laat gaan, de pupillen die zich, spontaan, vernauwen en de blik die beperkt op oneindig valt. Want eindig is het. Geen rolletje dat vervangen dient te worden, slechts geheugenkaarten die met de huidige stand der techniek doorgaan met het rubriceren van pixels. Totdat miljarden van deze puntjes aangeven dat de geheugenkaart vol is.


Onbestaanbaar in een ander tijdperk, bestaanbaar maar onbegrijpelijk in de ogen van de leek. Waar ik gaarne achter schuil ga. Me verberg als het ware, ware het niet dat in een kort tijdsbestek waarschijnlijk enige honderden klikken van mijn kop zijn genomen. Waaruit door anderen dan weer een keuze gemaakt dient te worden. Zo simpel werkt het nu eenmaal met een fotoclub in een fotocafe.


Verwacht dit keer niet zoveel tekst. Ik neem de gelegenheid te baat om het wat meer in een lijn van impressies te leggen. In overdrachtelijke zin heeft het veel weg van ‘koppensnellen’ een mogelijke primitieve overlevingsdrang bij stammen uit de oertijd. Juist door het eten van de hersenen uit die gesnelde kop, ontstond de gedachte dat vermeende kwaliteiten de ander zouden doen toekomen.
Veelal bleek dat een virus, in de hersenen van de ander, alsnog het leven van de vreter eiste. Terzijde echter. Mijn koppen zijn slechts ter illustratie.


Ik dank dit keer mijn ‘partners in crime.’ Niet door een paar namen te laten vallen: Martin, Erik, Bert, Dik e.v.a. Juist door deze laatste aanduiding valt op dat de beide dames schitteren: bij mij dit keer en niet bij anderen!


P.s. Dat Erik totaal onderste boven was, spreekt duidelijk voor zich…

Laatste 15 Reacties