Piet Kuiper's neurosenleer

Kijk, dat waren nog eens tijden! Piet Kuiper leefde nog en zijn boekwerken waren verplichte kost. Waar nu de kreet Obsessief Compulsieve Stoornis de overhand heeft gekregen, noemde Piet dit simpelweg neurosen leer. En leerden wij het een en ander van onszelf in een ander daglicht, dan wel in een ander perspectief te plaatsen. Piet werd een voorganger. Piet werd geadoreerd en verguisd, gelijk zoveel andere voorgangers. Hetgeen veel weg heeft van de tol die men voor de roem dient te betalen. Wat leerde Piet ons omtrent neurotische depressies bijvoorbeeld”
De structuur van de neurose wordt niet weinig gecompliceerd door de afweer of defensie, die de neurotische patient in de jaren die achter hem liggen heeft leren opbouwen. Afweer, niet jegens mensen of omstandigheden buiten hem, maar jegens de eigen instelling (welke eigen instelling altijd een instelling jegens mensen en omstandigheden is; een strikt subjectief bestaan komt niet voor). De neuroticus leerde, zo goed en vooral zo kwaad als dat ging, met zijn stoornis defensief te leven. Voor de behandeling zijn de neurotische defensies van uitzonderlijk belang. Vaak is de patient voor een groot deel geholpen als hij zijn defensies opgeeft. De behandeling bestaat zelfs niet zelden alleen uit het wegnemen van neurotische defensies. De neurotische defensie heeft ook diagnostische betekenis, aangezien zij de neurose typeert, en bij zuiver psychopathische toestanden – die op neurotische kunnen gelijken – niet voorkomt. Men onderscheidt de volgende defensies:
de primaire neurotische defensies en de secundaire neurotische defensies, naast bijzondere neurotische beelden als hysterie, neurasthenie, dwangneurose, anorexia nervosa, trichotillomanie, traumatische neurose (renteneurose), stotteren, managerziekte naast seksuele afwijkingen, homofilie en transseksualiteit…
Nogmaals, dat waren nog eens tijden! Waarin de Kleine psychiatrie van Prof. Dr. Jan Hendrik van den Berg nog gemeengoed was. Waarin een stempel van het Provinciaal Ziekenhuis Duin & Bosch Bakkum (N.-H.) aangeeft waar dit boek oorspronkelijk vandaan komt. Waardoor plannen ontstaan om daar, in de tegenwoordig toekomstige tijd nog eens wat aandacht aan te gaan besteden. Waarbij ik verschillenden namen zal laten passeren van artsen die als psychiater lesgroepen mochten onderhouden. En waarbij de meer geinteresserde leek mogelijk nog wat herkenning kan gaan ontdekken. Want hoewel de naam en de diagnostiek volgens de DSM worden gehanteerd,kan er nog regelmatig sprake zijn van juist die herkenning. En herkenning kan dan weer gaan leiden tot erkenning en door die erkenning valt er mogelijk weer wat mee te doen…

Maar wie ben ik om dit te zeggen”