Plofvarken
Enig geduld betrachten. Nu heb ik gelukkig alle tijd van de wereld, maar betrap ik me erop dat de snelheid waarmee het internet te bewandelen zou zijn, dat enige geduld van mij wel wat op de proef stelt. Waarbij iets door mijn hoofd gaat omtrent snelheid, de mogelijke vertraging die zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld, dan wel het vermoeden dat de ouderwetse koperen bedrading die deel uit maakt van ons systeem in huis, de glasvezelkabel mogelijk wat geweld aandoet. Gelijktijdig heb ik bewondering omtrent de inventiviteit die deel van dit geheel uitmaakt. De veranderingen die zich dagelijks voltrekken en het gemak waarmee de huidige generatie zich deze veranderingen eigen weet te maken. Zo heeft het er veel van dat wat gisteren nieuw vandaag alweer naar de historie dient te verhuizen. Dat bijtjes en bloemetjes vormen van ongerief lijken te zijn en dat de laatste bij zich bewust wordt van het feit dat deze de laatste bij vertegenwoordigt. Gelijk de plofkip en het plofvarken op termijn naar de eeuwige jachtvelden worden verbannen. Waarbij dat van die jachtvelden met een berg zout moet worden gezien…
Stralend blauw hetgeen menig vogel laat twinkeleren. Nu weet ik dat ook twinkeleren een ietwat discutabele omschrijving is, maar voor mij bergt het wat vreugde in zich. Het woord bedoel ik dan. Menig woord kan daarbij in de buurt komen, maar zal niet dat effect sorteren dat aan twinkeleren te koppelen valt. Althans, in mijn gebruik. Kwinkeleren, ja maar dat gebruikt menig ander. Twinkeleren doet anders vermoeden en dat vermoeden geeft enige speelsheid weer. De speelsheid waar ik geregeld onder schuil ga. Gelijk het dak wat nog steeds bescherming biedt. De schoorsteen die, na ruim dertig jaar, enige vorm van achteruitgang naar voren brengt. In die zin dat het gekitte watervaste multiplex zich mocht verheugen in een regelmatig gehak van wat nooddruftige kauwen. Voor zover het geen kraaien waren. Zij zagen wel iets in een tijdelijke woning; waar zij dan ook verwoed pogingen toe deden, gelijk krakers zich leegstaande ruimtes eigen weten te maken.
Jock kroop uit het raam en steigerde het dak op: in gedachten koesterde ik mij in die zong van Peter Koelewijn. Liet echter schromelijk na om hem van het dak af te laten komen: na enig gekit en het nodige geknutsel ligt er momenteel een trottoirtegel op de schoorsteen te rusten. En het heeft er veel van dat deze tegel mij, liever gezegd ons, zal weten te overleven. Tenzij op termijn wordt besloten om ook in deze ommelanden de lucht in te gaan: het dan liever de lucht in geenszins meer aan van Speijk doet denken. De hoogbouw zal gaan zegevieren en dat het gevoel van kluitjes op elkaar…
Somberman, op een stralend blauwe dag, waarop de zon schijnt en de wind afneemt. En dan dit soort gedachten…”!
Laatste 15 Reacties