Red Provadja nu! De ontmoeting 3.


IMG_3011
Een volk dat streeft… Een volk dat leeft… Een volk dat sneeft…geeft! Althans zo zou het nochtans dienen te zijn. En daar gaat het mis. Want dat geven zit er slechts gedeeltelijk in. Simpelweg omdat een belangrijk deel door het geven van subsidie er niet direct in zit. Vier betaalde krachten, ruim honderd vrijwilligers en een genetische overtuiging blijken niet voldoende te zijn om de plaatselijke politiek te overtuigen. De huidige ‘stadsregering’ lijkt wel overtuigd van een eigen gelijk, een vorm van opportunisme die menig politiek gezagsdrager in die positie heeft geplaatst, waarbij de eigen overtuiging alle andere meningen tot een prullenbak stuk veroordelen. Neem nu, bijvoorbeeld Provadya. Een overblijfsel uit de roerige jaren zestig/zeventig. In die tijd viel er weinig in Alkmaar te beleven, althans wanneer het gaat om de toenmalige jeugd. Het Gulden Vlies, het Wapen van Heemskerk en een viertal bioscopen vertegenwoordigden de cultuur. Nederland was nog bezig zich aan de grauwe jaren vijftig te ontworstelen en de jaren van opbouw liepen wat op hun eind. De negenduizend gulden die mijn vader toen aan mijn zus en mij liet zien, waren afkomstig van de verkoop van een tweetal huizen die hij als erfenis had gekregen. De aankoop van een nog te bouwen huis in het Hoefplan bedroeg 29.000 gulden, inclusief garage. Ook ik stond aan de vooravond van de omwenteling. Want een omwenteling bleek het. Alkmaar werd, op een goed moment een bijzondere stad door de kaaskabouters die deel gingen uitmaken van de gemeenteraad. Karel Puhl werd een bekende naam en ook Provadya zag het levenslicht.


IMG_3010
Ton Giling, een van de grondleggers van Provadja in 1969 en jaren lang ook actief in de Alkmaarse politiek, nam deel aan het debat. De vraag om te zoeken naar gemeenschappelijke opvattingen over wat er aan diversiteit in Alkmaar gewenst is om een aantrekkelijke stad te zijn, het uitgangspunt. De inbreng van Jan Haverkort maakt op mij de meeste indruk. Hij is 16 jaar raadslid geweest in Haarlem, gevolgd door acht jaar wethouderschap. Hij heeft in die periode de basis gelegd voor de huidige culturele infrastructuur in die plaats. En hij vertelt met verve. Over de vier belangrijke theaters die daar te vinden zijn: de Stadsschouwburg, het Orkestgebouw, de Toneelschuur en het Patronaat. Instellingen die, in zijn ogen, als schakels in een keten de cultuur huldigen. Instellingen ook die de eigen identiteit hebben weten te bewaren en hun visie ook gezamenlijk naar buiten hebben gebracht. En dat is momenteel ietwat ondergesneeuwd in Alkmaar. Parkhof is ter ziele, De Raad door appartementenbouw compleet verdwenen en Victorie, dat zich heeft ontfermd over Parkhof, een andere koers is ingeslagen dan Parkhof ooit voorstond. De Gemeente Alkmaar heeft het gebouw van de Harmonie gekocht, ooit een bioscoop onder eigen directie, nu onderdeel van een veel groter geheel. Zou ooit integreren met Yxie, maar ook deze snode plannen zijn verleden.
Woorden als kweekvijver, cultuur, subsidie en de huidige tijd, de rol van scholen in dit geheel dan wel de economische belangen van het totaal, vormden een substantieel deel van dit debat. Publiek kon plaatsnemen op die lege stoel, waardoor ook ruimte werd geboden voor de opvattingen die onder het publiek leven. Maar waar het ook om draaide was, naast de identiteit, het fysieke deel. Simpelweg een gebouw waar juist die te onderscheiden doelgroep zich in herkent. Niet opgaat in het grote geheel. De ‘alles onder een dak’ filosofie. Het was Hans van de Leygraaf, makelaar in Alkmaar en vele nevenfuncties als onder andere voorzitter van Promotie Alkmaar, dit onderbouwd naar voren bracht. Juist ook naar voren bracht dat de roerigheid van vormen die als alternatief kunnen worden beschouwd, wel degelijk naar boven kunnen klimmen. Waardoor een cultureel ‘outsider’ belang zomaar een economisch belang kan gaan worden…


IMG_3009
En dat in deze tijd… Alkmaar waak u voor kortzichtigheid!