Thomas in de Mare
Kwam Thomas weer tegen. Met een andere fiets. En de radio aan. Een verdwaalde batterij in zijn, nog steeds, zwart vervuilde handen. Met een onafscheidelijke schimmel. Zijn onafscheidelijke kleren. Hoeveel lagen hij nu weer over elkaar droeg””! En zijn filosofie. Omtrent het leven. Met meer haar op zijn hoofd als dat ik ooit vermoedde. Want waar zijn pet was” Zijn broek met wat veiligheidsspelden dichtgeknoopt. De reden” Heel simpel.
‘Dat geeft ruimte aan mijn liesbreuk. Natuurlijk zou er een dokter naar kunnen kijken. Maar dan stuurt die dokter mij weer door naar een specialist. En die specialist zal zeggen wat er met mij gebeuren moet. En daar heb ik nu net geen zin in. Daar leef ik genoeg mijn eigen leven voor. Dus zolang er geen sprake is van een noodzaak, zal ik mijn liesbreuk koesteren. Desnoods nog een extra veiligheidsspeld in mijn broek spelden. Want ach, waar maakt de mens zich in wezen druk over” Je gaat toch niet eerder dood dan dat het je tijd is. En ik heb alle tijd. Ja, die van de hele wereld!’

Waar geen speld tussen te krijgen is. Ik zijn betoog met een glimlach aanhoor. Want hoe Thomas zich ook door het leven waagt, hij heeft veel van een winnaar. Wint iedere dag een veelvoud van dingen. Laat zich niet opjagen. Aanschouwt de wereld voor wat deze is, hangt daar zijn eigen visie aanvast en onderkoelt dit met een geheel eigen filosofie. Een filosofie die slechts weinig mensen gegeven is. Of die de beperking mijnerzijds als een open zenuw blootlegt.
‘Be impel en houdt het simpel!’ Het vervelende is echter dat ik mij niet aan dit credo heb gehouden. Want als het over ‘iefie’ dan wel ‘aafie’ kon gaan, was ik daar absoluut niet tegen. Vond dit een belangrijke uitdaging en keek niet vreemd op, als ik onderweg ergens mijn eigen staart tegenkwam. Kon altijd wel weer een draai aangeven en liet niet na mijn eigen overwegingen direct tegen het licht te houden. Hoe vaak werd ik niet verblind door de ongebreideldheid van mijn eigen geest. Het fenomeen van bomen en bossen missen, door de kaalslag die ik niet meer zag. Noem het verdwalen in die oneindigheid die gepaard gaat met ‘ des mensens schijn.’

De wereld van de kommer. De wereld van de kwel. Dat alles gelardeerd met een sausje wat deed denken aan de stroop waarmee de vliegen zijn te lokken. De wereld die de waarom vraag stelt.” De wereld van de denkers. Geenszins van de doeners. Want die deden al voordat die vraag zich voordeed. En kwamen ook tot simpele slotsom. ‘Daarom!’ Zoals Thomas doet.
Thomas praat met een vrijblijvende overtuiging. Thomas accepteert, ogenschijnlijk, de wereld zoals deze is. Thomas hindert de wereld niet, zoals de wereld ook Thomas niet hindert. De mogelijkheid om Thomas te negeren is net zo groot, als het niet willen zien van de dagelijkse dingen. Het erkennen van de sleur van gisteren. De opgewektheid van het kind voor vandaag. Wanneer de school weer vrij kan zijn. Van meesters en juffrouwen die natuurlijk het allerbeste voor hebben. De speelplaats zonde toezicht. Of de toetsen die zich voordoen. In de afgesproken tijd. Onder die bepaalde condities. Het moment waarop de zucht van verlichting kan worden geslaakt. Het genot van een drankje zich voordoet. Dat peukie wat wordt opgestoken. Het praatje pot wat een deel van de spanning laat verdwijnen. Maar achter de horizon de spanning een constante blijkt te zijn. Een voldoende”
Thomas in de Mare. Op een hoek. Ergens in de buurt van wat containers. Groene, witte en bruine flessen. Papier hier. Kleding. En plastic. Puur plastic. Folie mag ook. Een draagtas. Een Petfles. Van Lidl. Van de Deka. Deen. En niet te vergeten die hele grote. Die maar op die kleintjes blijft letten. Dat blauwwitte symbool. De vraag naar het origineel. Wit” Blauw” Het zal wel wit zijn geweest. Ook maatjesharing wordt maagdelijk opgediend. Heeft nog niet mogen paaien. Vrat zich tonnetje rond Het eerste vaatje bracht dan ook 67.750,00 euro op. Ga d’r maar aanstaan. En het zal niet voor het eerst zijn dat de vis weer eens duur betaald wordt. Maar bij de Deka waren het twee harinkies met ui voor de prijs van 1,99. Aan die prijs heeft het niet gelegen. Aan mijn smaak ook niet. De manier waarop mijn keelgat die haring verwelkomde, viel ook weinig toe te voegen. Smeltend. Strelend. Met een stevige ‘bite.’ Gekaakt alsof J.Willem Beukelszoon van de week zijn oude kunst nog geoefend heeft. Weten wat je eruit haalt en de alvleesklier laten zitten, zout erover en het geheel in een vaatje verpakken. Rauw! Maar wat mij betreft niet zonder een uitje! En om het helemaal mooi te maken: wat Amsterdams zuur van Kesbeke!

Laatste 15 Reacties