Afrastering op de vrijdag (de dertiende)
AFRASTERING.
Als apen in een kooi
rommelen ze wat, gedachteloos
op het vroege, jonge voorjaarsgras.
Een maakt zich los, trekt wat aan
z’n kuierlatten en grommelt in de
richting van de groene afrastering.
Hij brabbelt wat in onverstaanbare
oerklanken komt het onherkenbaar
misvormde broeder” over zijn lippen.
Van enig onderzoek van zijn omgeving
kan geen sprake zijn; het hek de grens
van zijn toelaatbare toestand.
Reeds slingert de klimop zich rond
een afrasteringspaal, maar deze mogelijke
ontsnapping ontgaat de man.
Met een waggelgang trekt hij zich terug
in zijn leger; op een stoel gezeten wordt
een plaid behoedzaam over zijn knieen gedrapeerd.
Het rijke voorjaarszonnetje koestert de witte
inrichingskleur, die zijn beide wangen
met een zachte hand doen blozen.
Wij vervolgen onze weg, waar dra
het hek ophoudt te bestaan.

Laatste 15 Reacties