Beeldbuis
Daar zit’ie, aan de beeldbuis gekluisterd. Schizofreen, zo typeert hij zichzelf. Woont op zichzelf. Met enige begeleiding. Maakt zich zorgen omtrent de wereld, de maatschappij, de wijk, zijn buren. Heeft daar specifieke gedachten over. Het zou zoveel anders kunnen. Wanneer de mensen maar eens hun veilige verblijven zouden verlaten. Zich meer op straat zouden begeven, met elkaar van gedachten wisselen, elkaar eens op de koffie zouden noden, een biertje drinken, een sigaretje roken, desnoods een jointje. Het holentijdperk is weer aangebroken, de voortuinen liggen er wat verwaarloosd bij, de herfstbladeren doen er alles aan om nog wat kleur te scheppen, de wind speelt wat met een enkel blad en voor de rest is ook de straat stil en verlaten. De eenzaamheid viert hoogtij: en Sinterklaas laat nog even op zich wachten. Althans, voor wat betreft dat heerlijke avondje…
Alles van waarde lijkt kleurloos. Nu weet ik wel dat ik de uitspraak van Lucebert geweld aan doe, maar ik kan me heel goed voorstellen dat voor sommige mensen deze tekst van toepassing kan zijn. Op hun zijn dan wel op hun leven. De wijze waarop zij met zaken werden geconfronteerd, de spijt die men heeft omtrent de keuzes die werden gemaakt. De stappen die zij ooit hebben ondernomen en waarvan de gevolgen tot op de dag van vandaag hun leven bepalen. Het vertrouwen wat werd geschonden. De uitslagen die ertoe deden. De beslissingen die zij hebben genomen. Dat alles feitelijk in een notendop. Waarbij de keuze tussen een hazel- dan wel een walnoot er niets meer toe doet. En dat doet pijn. Dat brengt andere mensen geregeld in verlegenheid. Waarbij de klachten van juist die andere mensen in het niet vallen. De kans bestaat op een status quo. En dat geenszins gepaard gaat met opwekkende muziek.
Werd vanochtend vroegtijdig wakker. Met een tekst die mij dwong het echtelijke bed te verlaten. Slechts voor een kortstondig moment. En kortstondige momenten doen dan weer denken aan denken. Tussen de dromen door. De momenten waarop fantasie en werkelijkheid veelal gaan stoeien. Waarbij ternauwernood nog tijd en ruimte bestaat tussen realiteit en vooronderstelde hartstocht. Tenzij dit laatste het vuur van ooit verloren heeft doen gaan. Een flakkerend vlammetje een ijdele poging onderneemt om de fantasie in het ootje te nemen, stel ik me zo voor.
Neen, ik kwam, gezien het feit dat vriend Peter zondag de grens van 65 gaat passeren, tot het volgende gedicht dan wel de volgende uitspraak. Duid mij niet euvel, wanneer het kader niet geheel in deze overdenking past, maar ik wil hem toch wel kwijt.
Het heden / rust op een verleden / maar jouw gezicht / is op de toekomst gericht.
Met een ietwat andere insteek, zou het ook als volgt kunnen komen te verkeren:
het heden / rust op een o verleden / maar jouw gezicht / was op de toekomst gericht.
Vergelijkbare tekstregels, maar een totaal andere dimensie naar voren brengend. Dus laat ik nu alvast de hoop uitspreken dat deze laatste strofe hem nog lange tijd bespaard zal blijven! Maar zelfs daar hebben wij stervelingen weinig over te vertellen, laat staan dat daarover inspraak zou kunnen zijn…
Laatste 15 Reacties