nazomberen
’t Is weer voorbij die mooie zomer in Zeeland…’ klinkt het uit een verborgen luidspreker en ik haast mij
opnieuw het warenhuis uit. Geenszins doelloos loop ik door het winkelcentrum in een afrondende fase,
waarbij niet alleen de puntjes om een teken vragen, maar ook winkels nog een totaalverbouwing wacht.
Vrijdag gaat, met veel tamtam, de offici”le opening van start. En ik zal mij haasten om daarbij
acte de pr”sence te geven, vermits het weer dit toelaat. Want ik begin steeds meer onder de categorie
watjes te vallen. Koud in de zomer, hoe zal het dan straks in de winter zijn” Kan ik mijn interne thermostaat
weer wat meer in evenwicht gaan brengen, of zal ik met een driedubbele duffelse jas nog steeds de
onbehaaglijkheid van de centrale verwarming gaan zoeken”! Nazomberen. Ja, JU leest het goed.
NazomBeren. Een weerklank van de dag die zich gisteren voordeed.
opnieuw het warenhuis uit. Geenszins doelloos loop ik door het winkelcentrum in een afrondende fase,
waarbij niet alleen de puntjes om een teken vragen, maar ook winkels nog een totaalverbouwing wacht.
Vrijdag gaat, met veel tamtam, de offici”le opening van start. En ik zal mij haasten om daarbij
acte de pr”sence te geven, vermits het weer dit toelaat. Want ik begin steeds meer onder de categorie
watjes te vallen. Koud in de zomer, hoe zal het dan straks in de winter zijn” Kan ik mijn interne thermostaat
weer wat meer in evenwicht gaan brengen, of zal ik met een driedubbele duffelse jas nog steeds de
onbehaaglijkheid van de centrale verwarming gaan zoeken”! Nazomberen. Ja, JU leest het goed.
NazomBeren. Een weerklank van de dag die zich gisteren voordeed.
Stemmingen maken de mens. Stemmingen raken de mens. Stemmingen kraken de mens.
Stemmingen laken de mens. Stemmingen naken de mens.
Stemmingen laken de mens. Stemmingen naken de mens.
Sommige van deze zinnen kloppen van geen kant. Raken, in principe, noch de kant laat staan de wal.
En toch vind ik emplooi voor deze zinnen. Ze geven iets weer van een wat moeilijk plaatsbare treurnis
die mij, gisteren wat nu nog vandaag is, als het ware in een web gevangen nam.
Alsof ik niet in staat was de zon te zien. Alsof het verhaal van het Carpe Diem vandaag aan mij
voorbij diende te gaan. Alsof de spiegel, die ik vandaag aan alle kanten probeerde te ontlopen,
niet op mij van toepassing was. Ik slechts een heideplantje wist te vangen. En de eigenaar mij van
achter uit zijn winkel: ’t kost maar vijf euro’… toeschreeuwde.
Ik hem, als kleine middenstander, aan zijn lot overliet. Hij waarschijnlijk ook de persoon was die mij op
25 maart onthaalde op een bloemstuk wat regelrecht op een kist had kunnen staan.
Vanwege dat 40-jarig ambtsjubileum…
En toch vind ik emplooi voor deze zinnen. Ze geven iets weer van een wat moeilijk plaatsbare treurnis
die mij, gisteren wat nu nog vandaag is, als het ware in een web gevangen nam.
Alsof ik niet in staat was de zon te zien. Alsof het verhaal van het Carpe Diem vandaag aan mij
voorbij diende te gaan. Alsof de spiegel, die ik vandaag aan alle kanten probeerde te ontlopen,
niet op mij van toepassing was. Ik slechts een heideplantje wist te vangen. En de eigenaar mij van
achter uit zijn winkel: ’t kost maar vijf euro’… toeschreeuwde.
Ik hem, als kleine middenstander, aan zijn lot overliet. Hij waarschijnlijk ook de persoon was die mij op
25 maart onthaalde op een bloemstuk wat regelrecht op een kist had kunnen staan.
Vanwege dat 40-jarig ambtsjubileum…
En dat gesprek wat ik had met mijn teammanager. En de goede suggestie die zij deed: ‘om het vooral rustig
aan te gaan doen!’ Een goede suggestie ware het niet dat ik de afgelopen zeven weken al zeer rustig aan heb
moeten doen. Vanwege zo’n stompzinnige glijpartij. En ik daaraan probeerde te refereren.
Rustig aan gaan doen. Wat ik al een jaar doe. Door die opgelegde omstandigheden als het ware gedwongen.
En dat werpt weer een bepaalde blik op mijn huidige realiteit. De tijd die, in een recent verleden, uit niet
veel meer besloeg dan dat de tijd vloeibaar tussen mijn vingers doorglipte. En de tijd die ik nu, in overvloed,
tot mijn beschikking heb. Die mij als het ware probeert te vangen in de sluiers en slingers van wat
teloor is gegaan. Niet zomaar. Maar mij wel met de vraag confronteert wat hier, in vredesnaam,
de bedoeling van kan zijn. Om tot een dieper inzicht te komen. Om stil te staan bij de essentie van zijn”
Om mijn bewustzijn nader aan te gaan scherpen”
Om mij met de neus op het feit te drukken dat mijn herfst nakende is”
Wat maakt het uit” Vrij uit”
aan te gaan doen!’ Een goede suggestie ware het niet dat ik de afgelopen zeven weken al zeer rustig aan heb
moeten doen. Vanwege zo’n stompzinnige glijpartij. En ik daaraan probeerde te refereren.
Rustig aan gaan doen. Wat ik al een jaar doe. Door die opgelegde omstandigheden als het ware gedwongen.
En dat werpt weer een bepaalde blik op mijn huidige realiteit. De tijd die, in een recent verleden, uit niet
veel meer besloeg dan dat de tijd vloeibaar tussen mijn vingers doorglipte. En de tijd die ik nu, in overvloed,
tot mijn beschikking heb. Die mij als het ware probeert te vangen in de sluiers en slingers van wat
teloor is gegaan. Niet zomaar. Maar mij wel met de vraag confronteert wat hier, in vredesnaam,
de bedoeling van kan zijn. Om tot een dieper inzicht te komen. Om stil te staan bij de essentie van zijn”
Om mijn bewustzijn nader aan te gaan scherpen”
Om mij met de neus op het feit te drukken dat mijn herfst nakende is”
Wat maakt het uit” Vrij uit”
VRIJ UIT
Ik moet mij haasten
in de tijd
van haastig denken
verlies ik
van de tijd
die ik aan mijn zijde
denk te hebben
die tijd ben ik nu
kwijt,
verbijt mij
haastig om de tijd
die ik
door haastig denken
haast
verloren heb.
Gehaast maak ik
mij vrij
uit.
Ook dit epistel stopt zomaar bij een simpel woord.
Alsof het woord uit zich laat vereenzelvigen met het woord einde.
Het woord waarmee in het verleden het besluit van een film werd aangekondigd om het publiek te
attenderen op het feit dat ook de regisseur mogelijk voor een ogenschijnlijk onoplosbare oplossing
werd geplaatst. Of juist het publiek wist op te zadelen met een vraag waarop geen antwoord te bedenken viel.
Zoals mijn beeldjes zo nu en dan kant noch wal schijnen te raken.
Ik niet eens zo ver hoef te zoeken om een beeldje aan dit schrijven te koppelen.
Alsof ook ik vrij uit kan gaan…
Alsof het woord uit zich laat vereenzelvigen met het woord einde.
Het woord waarmee in het verleden het besluit van een film werd aangekondigd om het publiek te
attenderen op het feit dat ook de regisseur mogelijk voor een ogenschijnlijk onoplosbare oplossing
werd geplaatst. Of juist het publiek wist op te zadelen met een vraag waarop geen antwoord te bedenken viel.
Zoals mijn beeldjes zo nu en dan kant noch wal schijnen te raken.
Ik niet eens zo ver hoef te zoeken om een beeldje aan dit schrijven te koppelen.
Alsof ook ik vrij uit kan gaan…
Nazomeren. Nazomberen. Het scheelt een letter. Van eren naar beren. En die beren maken zich op.
Om zich dik gevreten en van een volledige vetlaag voorzien in hun winterpaleis terug te gaan trekken.
De steen om het hol te sluiten ligt al klaar; het vergt een zekere moed om dat blok aan de rol te brengen.
Laatste 15 Reacties