Soli Deo in de Gloria

… kortom, het moet wel ergens op slaan! En dan begint het gedonder. Een paukenslag die horen en zien je doet vergaan. Wagner in al zijn hoedanigheid. Of liever gezegd: in al zijn hoedanigheden. Gelijk die scene die zo weet te overweldigen. Apocalyps now. Maar dat hoef ik niet te memoreren. De afschuw waarmee dit geweld gepaard gaat, spreekt ruim voldoende. Voor zich. Neen, veel liever stort ik me vandaag op de lieflijkheid. Een verleidelijke zon, een goed gesprek, een enkel biertje dan wel een goed glas wijn (dit laatste niet geheel aan mij besteed) en de onzinnigheid waarmee dit land wordt opgezadeld. Door commentatoren. Door gezagsdragers. Niet in de laatste plaats door politici. Met een perfect gevoel voor timing. Of, zo je wilt, ingefluisterd door spindoctors, de emotie weten te bespelen. Waar is de gemiddelde Nederlander gevoelig voor” In de eerste plaats denk ik zijn of haar portemonnee. Of het gemak van de plastieken kaart. Als het enigszins kan in een ‘gold’ dan wel ‘platina’ uitvoering. Iets wat doet denken aan onbegrensde mogelijkheden. Of anderszins…

Het is alreeds de veertiende. Gisteren zonder enig ongemak in de stad doorgebracht. Het verscheiden van de markt aanschouwd en me eigenlijk lopen verbazen omtrent al die vooronderstelde toeristen. Die er stomweg niet waren. Een stad ook, waar je ruim over het plaveisel kon beschikken. Er geen sprake was van een intocht, noch van een uittocht. Met volop lege winkels. Met dames die een enkele tas van een modeketen met zich meedroegen. Waar in het verleden nog weleens sprake was van een torsen. Of waar de partner als pakezel zichzelf enigszins in de weg zat.
Niets van dat alles. Pleinen die ruimte boden aan de zon. Enkele dames, gezeten op een hardstenen bankje. Met alle ruimte voor een goed gesprek. Zonder die alcoholische versnapering. Alsof zij een voorschot namen op de toekomst. Met een volgende week van beraadslagingen in het vooruitzicht. De kansen die zich voor lijken te doen als in het Monopolyspel. Of dat de kansen gaan keren. Het zal mij benieuwen. Als het aan Kan lag (wat Kan kan kan Kan alleen!), een variant op het oude lied:
‘waar gaan we in de nieuwe maand naar toe…”!’ als variant op ooit zijn nieuwe jaar. Want ik mik op mij. Of liever gezegd: op mei! De maand waarop de zon, zonder enige kosten, opnieuw gaat schijnen. Tenzij het drietal heeft bedacht ook hier een nadere energieheffing voor te gaan vragen. Tenslotte is dit al goed gegaan met het aardgas, het kwartje van Kok, de isolatieprogramma’s en de standaardbelastingverhoging op benzine in het nieuwe jaar, de verpakkingsbelasting, en alles wat dies meer zij. Belasting Toegevoegde Waarde, waar ik geen syllabe van begrijp, een overheidsheffing op goederen en diensten. Wat ik wel begrijp is dat men daar onder uit wenst te komen. Maar dan word je ineens een grijs- dan wel zwartwerker. Ook al probeert de schilder het geheel te witten. Van 19 naar 20 procent maakt, wat mij betreft, de rekensom een stuk makkelijker. Net als dat ik ook vandaag mocht ervaren dat de oude gulden nog gedeeltelijk leeft. Bij de middenmoter. Bij de oudere. En bij mogelijk nog een verzamelaar.

Zaterdag. Vanavond een uitvoering van het Stedelijk Harmonie Orkest Soli Deo Gloria in de Vest. Met als gaste: Karin Bloemen. Een stevig geproportioneerd, getalenteerd vrouwspersoon. Ooit mocht ik haar vastleggen bij de eerste kaasmarkt van het afgelopen jaar. En zij deed dit met een bevalligheid waarbij gracieus een eenvoudige omschrijving is. Met een ruisende jurk. Met een meer dan overweldigend decollete. Gelijk zij nu het Theaterblad van de Vest onder de aandacht weet te brengen.

Vandaag een beetje van dit en nog wat anders. Laat dit keer de plaatjes maar voor wat ze zijn: bladvulling!
Laatste 15 Reacties