Thuissituatie.

Het ligt niet altijd aan mij maar veelal aan de ander. Onzin natuurlijk, zeker als je weet dat ik daar geen meter van meen. Maar hoe velen wordt het niet verweten dat de betrokkene er ‘niets aan kon doen’, dat er sprake is van verzachtende omstandigheden voor het pleidooi weer richting een ‘moeilijke jeugd gaat.’ Vader uithuizig, kon de alcohol niet laten staan, had last van ‘losse handjes’ en moeder die het veelal af liet weten door bezigheden buitenshuis te hebben. Wat die bezigheden dan waren liet zij altijd in het midden, dat zij opgedost het huis verliet en midden in de nacht huiswaarts keerde, waar pa dan nog klaarwakker aan haar vroeg: ‘hoeveel’ en zij een geldbedrag uitwisselden, het zal wel alles te maken hebben gehad met hun jeugd, waarbij armoe geregeld gepaard ging met slaag dan wel dat zonder eten naar bed gestuurd te worden ook meer standaard was dan dat er sprake was van een uitzondering.

Waardoor schuld vaker voorkwam en de boete als vanzelfsprekend werd ondergaan. Een lekker lange zin, die een aantal keren dient te worden herhaald, voor de strekking duidelijk wordt. Want dat is wat ik gemiddeld in strafzaken tegenkom: waarbij de Officier van Justitie er alles aan doet om op het scherp van de snede een straf te eisen en de verdediging alles uit de kast haalt om met een beroep op jurisprudentie, de strafmaat omlaag te krijgen. Dat is nu eenmaal de rol van een advocaat en de beklaagde zich dient over te geven aan het woord waarbij het tegendeel wordt bepleit. En de rechter uiteindelijk het oordeel velt. Of wanneer sprake is van een verminderde toerekingsvatbaarheid. omdat de dader in een psychose verkeerde…


Het zijn die zaken die geregeld om mijn aandacht vragen, waarbij de GGZ een rol wordt toegedicht die niet alleen door deskundigen wordt onderbouwd, en het de psychiatrie is die de betrokken psychiater mogelijk van handvatten weet te voorzien. Deskundigen op het gebied van de geest, waarbij de geest niet altijd te duiden is. Dat maakt het werk voor mij zo boeiend, dat zorgde er ook voor dat ik me altijd aangetrokken heb gevoeld naar die afwijkende mens, de persoon die als abnormaal werd beschouwd. En waar onder dwang ingrijpen een mogelijkheid bood, om uiteindelijk de mens die achter dat beeld verscholen ging de kans te geven om zich als mens te manifesteren. Desnoods met behulp van medicijnen, maar zeker ook met de gesprekken die met die mens werden gevoerd. Waarbij luisteren een belangrijk hulpmiddel was en het geven van inzicht een belangrijke tweede. Handvatten werden aangereikt die als een vorm van gereedschap de ander in staat konden stellen om met zijn ‘onmacht’ om te leren gaan. Zich staande kon houden in een maatschappij die constant aan verandering onderhevig was, een ontmoeting te laten plaatsvinden die de ander wat meer zekerheid bood of simpelweg het feit dat er ruimte ontstond om te zijn wie hij of zij is. En daar heb ik in de huidige tijd de nodige twijfels zien ontstaan. Zijn wie je bent en doen en laten wat jou goeddunkt.

Natuurlijk is het streven om het vorige ‘normaal’ weer tegemoet te treden, de vraag is of dat ooit nog kan…