weundford

Het leven is een grote grap! Daarnaast is leven een grote herhaling. Hooguit dat in de tijd de rimpels wat gaan toenemen, de stoelgang navenant afneemt en de voorspelbaarheid van de alledaagse dingen geen verrassingen meer kent. De zwaarte van alledag hooguit door de draaglijkheid van gisteren wordt achterhaald. Om maar wat te gaan parafraseren. Niet dat ik me geregeld met dit soort zaken bezighoud! Ik kijk wel uit! Is het niet v oor mij, dan hooguit zijdelings. En verder veelal achteruit. En door dit achteruit blikken blijkt geregeld, dat ik me betrap op zaken die al eerde de revue mochten passeren. Neem nu, bijvoorbeeld,het volgende.
Vlgones een oznrdeeoek op een eglnese uvinretsiet mkaat het niet uit in wlkee vloogdre de ltteers in een wrood saatn, het einge wat blegnaijrk is, is dat de eretse en de ltaatse ltteer op dejiutse patals saatn. De rset van de ltteers mgoen wllikueirg gpletaast wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er saatt. Dit kmotodmat we niet ekle lteer op zcih lzeen maar het wrood als gheel.
Delystci zein vaekkr de leterts door eklaar saatn.
Staat er verdorie nog een fout in deze tekst. Zoopheteersteoogschijnbaarnietsaandehandmeteentweedebliktocheenvoudje. Gheel dient een derde e te bezitten. Als ik die door een omissie mijnerzijds achterwege laat, heeft het er veel van dat ook mijn schrijftaal niet van dien aard is dat ik daar mogelijk nog extra aandacht opkan gaan vestigen. Mijn moerstaal is nu eenmaal aan inflatie onderhevig. Juist dan is het goed om lid te zijn van het tijdschrift Onze taal. Dan had je kunnen zien als je geleerd hebt om te kijken. Of te luisteren als je kunt horen. Neem nu het onderwerp ‘Smakelijk’. Daar wordt een hele verhandeling aan besteed. Waarin woorden van mijn grootmoeder zaliger uit de oudheid naar boven borrelen. Want wij deden daar ook een beetje aan: ‘Here, zegen deze spijzen dranken, amen’, ging niet altijd aan een maaltijd vooraf. En dat op vrijdag de visboer langs kwam, had niet direct met mijn grootouders geloof te maken. Waarschijnlijk wel met het geloof van de buren verderop. Daar hing nu eenmaal een kruis in de kamer. Geregeld voorzien van een takje. Hoe verder in het jaar, hoe uitgedroogder de tak. Om op een bepaald moment, via stoffer en blik te verdwijnen. “Aanvalluh” schijnt meer bij het huidige tijdperk te behoren. En dat er, na afloop van die wedstrijd, nog tijd over is om eenieder een goede bekomst te wensen, laat vaak te wensen over. Borden worden onder een voortdurend shhhht geruisloos op elkaar gestapeld om even later in het geruis van de machine ten onder te gaan. En waar voorheen de borstel en het afwasteiltje hun opwachting maakten, is het nu hooguit de kruimeldief die de rust weet te verstoren.
Nieuwe rituelen vieren hun entree. Andere woorden worden gebruikt om het religieuze tintje van voorheen in een ander, meer spiritueel, kader te kunnen plaatsen. Wat te denken van het volgende:
“Samen eten, samen delen van de overvloed, samen eten, dankbaar weten dat het groeien moet.” Toch ontkomt ook deze spreuk niet aan een hokje. Sommigen noemen dit ‘humanistisch bidden.’ Of misschien is een antroposofische manier van doen, wel meer de aangewezen weg.
“Wij hebben gegeten, we hebben gedronken, laten wij nu danken wie ons dit heeft geschonken.” In het midden latend wie waarvoor verantwoordelijk is. Ook wat voor te zeggen.
Waarom deze overdenking” Heel simpel: volgens de paasboodschap van de verschillende grutters kan het weer niet op. Gerookte zalm, overjarige kip dan wel uitgebreide gourmetschotels vechten om de aandacht. Geen gewoon gerookte ham, maar ham van ver over de grenzen van een Verenigd Europa vragen om de gunst van de uitgegeven Euro. En voor hen die aangewezen zijn op de voedselbank kan het haast niet anders dan dat er volgende week gevochten wordt om de restanten. Waarbij de datum ten minste houdbaar tot niet altijd overschreden wordt…
lnag leve de psaadgaen! Dat van die eerien, gaat er bij mij niet gheel in. Wraaschijijnlk odmat ik mjin zeinnn op adenre dniegn heb gzeet! Maar dit tzijerde!