zoeken naar invalshoeken

20090811-1249998063NIMGP0263

Soms zijn de zaken die zich voordoen niet de zaken zoals ze zijn. JU kunt dan beter praten van schijnzaken.
Nu weet ik niet precies wat onder schijnzaken zou kunnen worden verstaan maar ik bedoel daar het volgende
mee: het is alsof, maar het is het ook weer niet. Gelijk metaforen uit de kast kunnen worden gerukt om een
schijnbare situatie van een bepaald beeld te voorzien.
Ik heb Joe Speedboot uit. Ook daar worden metaforen gebruikt om juist die schijnzaken in een bepaald
perspectief te plaatsen.
Om een beeld te cre”ren wat mogelijk de lezer een idee geeft hoe de schrijver zich bepaalde zaken voorstelt.
Voorbeelden te over indien JU een blik om JU heenwerpt. En daar noodt juist de zomer toe uit.
Want was het even geleden dat de dagen zich lengden, merkt JU aan vochtigheid en kou dat de nachten
een voorschot nemen op het strengen. Zijn het juist de strengen die doen denken aan een klos garen wat
aan de ene kant wordt ontrafeld en aan de andere kant mogelijk tot een trui leidt.
Of een ander herkenbaar kledingstuk.
Zo ook ervaar ik metaforen indien ik om me heen kijk in, wat dan zo plastisch heet, Gods vrije natuur.

Dan weet ik niet direct wat daarmee bedoeld zou kunnen worden.
Heeft God de natuur nu vrij gemaakt, of was het juist de natuur wat God van zijn inmenging verloste”
Zou mogelijk het een daaronder kunnen worden verstaan zal het mij niet verbazen als iets anders bedoeld wordt.

Dat heb ik nu ook met het weer. Wat mij verleidde om juist die zaterdag dat rondje Spokeplas
tot mij te nemen was het gegeven dat het juist die nacht was gaan spoken in, wat zo mooi blijft heten,
Gods vrije natuur. Half verdroogde plassen, mos wat groen welig tiert, een blad wat van de boom
werd gerukt en daar meteen maar een tak aan hechtte, groen als gras wat met verdwaalde
regendroppels probeert mijn blik te vangen en zowaar een allereerste herfstpaddenstoel.
Mogelijk een eekhoornbroodje qua kleur en vorm wat verdwaasd op zoek naar een boombast.
Boombastisch als het ware…
En in dat zalige weer verkeer ik. De zon die probeert mijn schaduw te verlengen,
mijn schaduw die gebroken wordt door het bos waarin ik mij verplaats en de
mensenhand die er van alles aan heeft gedaan om Gods vrije natuur in te perken.
Want als JU die vrije natuur de ruimte biedt is de kans heel groot dat de natuur met JU aan de loop gaat!

En daar ben ik zeker niet op uit.
Tenminste, voor mezelf was ik daar nog niet uit toen mijn karma, vanuit het niet, toesloeg.
Noem het wat ongelukkig ten val of onderbouw deze val vanuit het gegeven dat,
naarmate het getal vijftig een rol speelt of is gaan spelen de kansen op dit soort
kleine ongemakken toe gaat nemen, vergroot.

Zo!
Dat is een zin die tot een aantal herhaalde lezingen uitnodigt!
Maar ook daar gaat het nu niet om. Een aantal dagen de geest op oneindig en het verstand wat ik
thuisliet maakt het lastig om de streng en de draad weer een bepaalde richting uit te sturen.
Door een gebrek aan een tomtom of een ander navigatie instrument dien ik weer geheel
op oude herinneringen te gaan varen. Of denken in dit geval.
Nu weet ik wel dat om te denken er een geweldig beroep kan worden gedaan op die
ongekende grijze massa maar realiseer ik mij ook dat juist die grijze massa niet zit
te wachten op de kloppen die ik op de verschillende deuren in mijn bovenkamer klop.
Want soms is mijn klop wat aanmatigend. Op een ander moment kan mijn klop wat driftig zijn.
Of schuchter. Aarzelend. Zelfverzekerd dan wel verlegen.
Want als JU stilstaat bij alle mogelijke kloppen kan het ook zo zijn dat door die klopperij
er sprake is van een mate van dienstklopperij.
En ook dat wil ik niet op mijn conto plaatsen. Eerlijk gezegd weet ik niet zo goed wat ik op dit moment wil.
Een beetje wauwelen.
Een beetje verpozen.
En laat ik graag de schillen en de dozen aan de ander over om deze
“f te verwijderen “f tot zich te nemen.
Want zoeken naar een vergelijkbare andersoortige insteek vraagt niet alleen wat van de schrijver
maar ook wel het een en ander van de betrokken lezer.
En of die lezer nu op dit soort gewauwel zit te wachten…”!

Neen. Laat ik er op dit moment een eind aan breien.
Waar wij het altijd over kunnen hebben is simpelweg het

WEER

Het is nacht.
Ik zit te schrijven
terwijl buiten
het weer
de kachel aanmaakt
met de naakte
takken.

Vingers van
een boom
proberen, vergeefs,
de wind
te grijpen.
Een wolk
grijnst, begint,
zonder aankondiging,
te huilen.

De boomtop
zwaait kwaad
heen en weer
en
zal dit laatste
nooit
begrijpen.

Ik zit binnen
en schrijf
buiten.

En dat kloppen klopt.
Al is het het ritme van mijn hart wat hier de toonnoot weet aan te geven!